Home    Interviews    Titels    Auteurs    Young Adult    Colofon    VIP-club    Forum
 
 
   Nieuwsarchief  | Verwacht  | RECENSIES  | Awards  | Sitemap  | Nieuwsbrief  | Agenda   
 
Crimezone.nl | De site voor en door thrillerfans
Crimezone.nl | Siska Mulder

9-10-2008 Klik hier om terug te gaan





Siska Mulder



Journaliste Siska Mulder, één van de writers on heels, is bekend door boeken als Zus en Rimpelmania. Haar nieuwste boek, de literaire thriller Doof, wordt alom geprezen. Een interview door Stéphanie de Geus.

Siska Mulder is een jonge vrouw die zich een leven zonder schrijven niet kan voorstellen. Na haar vwo-opleiding, voltooide ze in 1994 de hbo-opleiding Tekstschrijven waarbij ze afstudeerde in de richting journalistiek. In de periode na haar opleiding werkte ze onder meer als verslaggever bij dagblad Trouw en het maandblad Marie Claire. Als freelance journaliste leverde zij bovendien artikelen aan La Vie en Rose, Nieuwe Revu, Viva en Jan. Daarnaast legde Siska zich toe op het schrijfwerk op de langere baan. In november 2005 verscheen haar debuutroman Zus en anderhalf jaar later publiceerde zij Rimpelmania, waarin zij samen met schrijfster Manon Spierenburg op zoek gaat naar het waarom van de 'eeuwig-jong-obsessie'. Met Susan Smit richtte ze het schrijfsterscollectief Writers on Heels op. Zij wilden de aandacht vestigen op het werk van een nieuwe generatie schrijfsters, onder wie Marion Pauw, Simone van der Vlugt, Saskia Noort en Ariëlla Kornmehl. De vrouwelijke krachten werden gebundeld in de verhalenbundel De Verleiding (2007). Augustus 2008 verscheen de literaire thriller Doof, met de ondertitel 'Kun je nog vluchten als iemand alles van je weet?' Stéphanie de Geus van Crimezone wist nog niet alles van Siska en stelde haar enkele vragen. Vluchten kon niet meer.

Door Stéphanie de Geus

1. Hoe was het voor jou om in de huid van een man te kruipen en dan met name een workaholic, zeker omdat het iets totaal anders is dan je vorige boek.
“Dat beviel goed. Ik ben nieuwsgierig op het ziekelijke af, observeer onbekende mensen, wil weten hoe zij denken, luister gesprekken af. Werkt hun hoofd hetzelfde als dat van mij? We zitten allemaal vast in onze eigen hersenpan, 24 uur per dag, of we willen of niet. Behalve schrijvers, die hebben de mogelijkheid om de gedachtenwereld van de ander - van mannen, vrouwen, seriemoordenaars, wie dan ook - te verkennen. Als ik schrijf, kan ik tijdelijk uit mijn eigen hoofd treden en in me in het hoofd van iemand anders nestelen. Dat vind ik een van de mooiste kanten van het schrijven. Het was een groots avontuur om maandenlang in het hoofd van Oscar Stellendam, mijn hoofdpersoon, te bivakkeren. En het gaf wonderlijk veel schrijfvrijheid. Nadat ik de eerste duizend woorden op papier had gezet zei ik tegen mezelf: ‘Ik geloof dat ik die Oscar Stellendam wel mag’. Al is hij wel erg verslaafd aan zijn werk, dat is waar. Maar ja, dat ben ik ook.”

2. Alle goede verhalen komen ergens vandaan. Hoe kwam jij op het idee om 'Doof' te schrijven, met zo'n gelaagd plot erin?
“Als klein meisje stelde ik mezelf de vraag: als je moet kiezen, wat ben je dan liever, blind of doof? Van die oervraag ben ik uitgegaan. Ik koos toen voor doof, maar inmiddels ben ik niet meer zo zeker van dat antwoord. Als je doof bent, kun je het gevaar niet horen naderen. Dat vond ik een angstaanjagend gegeven voor een thriller. Het verhaal drong zich aan me op, is op een dag mijn hoofd binnen gevlogen en nestelde zich daar comfortabel. Ik wist vanaf het begin dat Stella, de vrouw van Oscar, doof is. En dat hun zoontje Jimmy op tragische wijze is omgekomen. Ik wist ook hoe, maar dat zal ik nu niet onthullen. De stalker die hun leven overhoop gooit, doemde ook al snel op. Toen ik eenmaal voor een tijd in Los Angeles zat, ver weg van alles en iedereen, kon ik er niet meer onderuit: ik móest Doof schrijven.”

3. Ken je de wereld van de televisie, de wereld van je hoofdpersoon, van binnenuit?
“Ja, veel van mijn vrienden zijn journalisten en een aantal van hen werkt ook voor redacties van televisieprogramma’s. En ik ben zelf een aantal keer op televisie geweest, dus toen heb ik eens flink kunnen rondsnuffelen. Ik heb mijn fantasie er ook flink op losgelaten, maar het moet wel kloppen. Toen Sophie Hilbrand mij voor BNN interviewde over mijn boek verzuchtte ze: ‘Nou, het is wel Sodom en Gomorra in die tv-wereld van ons’. Ze gaf niet de indruk dat ze het boek onrealistisch vond, dus laten we maar aannemen dat dat waar is.”

4. Ken je iemand die doof is? Heb jezelf geprobeerd om een tijdje als doof door het leven te gaan om je goed te kunnen inleven?
“Ik heb er wel over gedacht om met van die drilboor-oordoppen over straat te gaan, maar dat vond ik uiteindelijk toch te flauw. Het punt is immers dat je als dove nooit meer kunt horen, en met een dagje doof doen, benader je die ervaring niet. Ik heb me in eerste instantie zo goed mogelijk ingeleefd. Daarna heb ik het manuscript laten lezen door een deskundige van het Nederlands Gebarencentrum en ik heb intensief contact gehad met plotsdoven - die, net als mijn personage Stella, van de ene op de andere dag hun gehoor zijn verloren. Ik krijg veel reacties uit de dovenwereld op Doof en gelukkig vonden ze het boek tot nu allemaal overtuigend. Lange mails sturen dove lezers me, waarin ze over Stella schrijven alsof ze werkelijk bestaat. Dat vind ik zo mooi.”


5. Zus en Rimpelmania (NB: RIMPELMANIA: AAN ELKAAR) waren verre van thrillers. Hoe beviel het om de switch naar thrillers te maken?
“Goed, het thrillerbloed is flink gaan stromen. Het was geen vooropgezet plan om een thriller te schrijven, maar Doof werd steeds spannender naarmate ik er langer aan werkte. Daarin zie je de invloed van Los Angeles terug, die stad zindert van de filmische spanning. Ik heb daar veel kippenvel veroorzakende dramaseries en films gezien die me inspireerden. Overigens heeft Zus wel thrillerelementen in zich. De onderregel van mijn debuut luidt: ‘Een zus heb je voor het leven, zelfs als ze er niet meer is’. Die dreigende sfeer proef je in het hele boek.”

6. Wat moet een goede literaire thriller écht hebben volgens jou? En in hoeverre heb je daar rekening mee gehouden?
“Gelaagde karakters die je blijvend weten te boeien en een ontwikkeling doormaken, een stevige plot en er moet een onderhuidse spanning in zitten. De zinnen moeten zingen, ritme vind ik belangrijk. Het is mooi als het verhaal na lezing blijft nadreunen. Een thriller die alleen maar draait om de vraag wie het heeft gedaan vind ik te mager. Ik schrijf liever een why done it dan een who done it. En bij mij sluipt er altijd een zekere melancholie in. Maar als ik vooraf aan deze lijst met criteria ga denken komt er geen letter op papier.”

7. Had je verwacht dat je tweede boek zo'n succes zou worden? Dat er na twee weken al een tweede druk zou komen?
“Verwacht niet, wel vurig gehoopt. Doof krijgt gelukkig veel aandacht in de pers en de recensies zijn bijna allemaal positief, dat werkt natuurlijk wel mee. Maar het blijft een wonder dat zoveel lezers het boek weten te vinden.”


8. Heb je het gevoel dat je je als vrouw moet bewijzen in de thrillerwereld, dat het schrijven van thrillers een mannen ding is?
“Volgens mij is dat al lang niet meer zo. Er is juist een nieuwe generatie thrillerschrijfsters in opkomst die aardig aan de weg timmert. Dat werkt heel stimulerend. We hebben onderling ook regelmatig contact, zien elkaar als goede collega’s in plaats van bedreigende concurrenten. Toen Doof in de Top 60 opdook, kreeg ik allerlei felicitatie-mailtjes binnen van collega-schrijfsters. En Marion Pauw stuurde acuut een sms: ‘welkom bij de club!’”

Susan Smit en Siska Mulder

9. Heb je voor een bepaalde doelgroep (vrouwen) geschreven omdat er veel elementen inzitten die met name vrouwen bezighouden: huwelijksperikelen, familie en buren, angst voor verlies kind, emotionele scenes, etc.?
“O nee, wanneer je zo berekenend te werk gaat als schrijver krijg je geheid een slecht boek. Ik wilde juist vrij zijn van dat soort verwachtingen, niet bezig zijn met het eindresultaat. Dat remt alleen maar af. Het hielp enorm dat er een oceaan zat tussen mij en al die verwachtingen. In Los Angeles lukte het me om terug te gaan naar de basis: vrolijk voortschrijven en wel zien waar het eindigt. Toen lag er verbazingwekkend snel een samenhangend manuscript. Doof is volgens mij niet louter een vrouwenboek. Ik krijg ook veel positieve reacties van mannelijke lezers. En je zit als lezer een boek lang in het hoofd van een man, ziet het vanuit zijn perspectief.”

10. Wat kunnen we nog meer van je verwachten?
“Ha, ik schrijf driftig voort. Een nieuwe thriller is in de maak, ik geloof dat ik aardig verslaafd begin te raken.”

Bron: Crimezone.nl

 -advertenties-

 
  
 
  © 2002-2010, Crimezone.nl