Yab Yum

Nieuwsbericht
08/10/2009


In 1999 werd Theo Heuft, eigenaar van de beroemde men’s club Yab Yum, door topcriminelen afgeperst en gedwongen zijn zaak te verkopen. Nu blikt hij terug.
[b]Luxe bordeel[/b]
Het was decennia lang de beroemdste seksclub van Europa en misschien wel van de wereld. Uit alle windstreken kwamen zakenlieden, vastgoedhandelaren, speculanten en andere mensen die niet op een dollar hoefden te kijken naar Yab Yum in Amsterdam. Uitbater [i]Theo Heuft[/i], die een stijlvolle club wilde, ver verwijderd van het smoezelige imago van andere bordelen, was een beroemdheid. Vrijwel alle tijdschriften en kranten interviewden de man die honderden miljoenen binnenhaalde met seks. Men zag hem als een topondernemer aan wie andere ondernemers een voorbeeld konden nemen. Maar [i]Heuft[/i] was het slachtoffer van zijn tijd. Prostitutie was illegaal, ook al geschiedde het te midden van fluwelen kussens, baldakijnen, hemelbedden, paars pluche en luxe gedecoreerde bubbelbaden. En omdat illegaliteit nu eenmaal criminaliteit aantrekt, werd [i]Heuft[/i] langzaam meegetrokken in sferen waar hij juist verre van wilde blijven. Met afgrijzen zag hij zijn dure club verworden tot het clubhuis van gewelddadige criminelen die zijn handel wilde overnemen en die hem chanteerden. Precies 10 jaar geleden, in 1999, werd [i]Heuft[/i] gedwongen zijn bloeiende seksclub te verkopen aan Henny Vittali, voor de „uitverkoopprijs” van 3,8 miljoen euro. Nu, anno 2009, heeft [i]Heuft[/i] een boek geschreven waarin hij openheid van zaken geeft en waarin hij alles vertelt over zijn relatie met de vermoorde drugsbaron Bruinsma en zijn afpersers Sam Klepper en John Mieremet. Het intrigerende verslag van de opkomst en ondergang van een seksparadijs.

[b]Opkomst[/b]
Het begon allemaal zo mooi. [i]Theo Heuft[/i] had in zijn jonge jaren, na enkele voorzichtige treden op het criminele pad, besloten zijn jongensdroom te realiseren, een soort Nederlandse Playboy Mansion, maar dan niet gevuld met vouwen die voorbestemd waren playmate te worden in een glossy mannenblad, maar die een duur betaalde clientèle op gepaste wijze moesten onderhouden. Hij gaf zijn droom vorm in het 17e eeuwse grachtenpand aan de hoofdstedelijke Singel 295. Een club waar zakenlieden hun relaties mee naartoe namen, waar de goedkoopste fles champagne 350,- gulden kostte en waar het verblijf met een van de dames van plezier minimaal 500,- gulden kostte, daar waar concurrerende clubs slechts 50,- gulden lieten neertellen. De prijs was het bewijs, dit was seks voor de elite. Hoewel prostitutie, in de jaren van Yab Yum illegaal was, en de politie speurde naar overtredingen, groeide de naam van de club sneller dan die van voetbalclub Ajax, PSV en Feijenoord samen.
Elke groei heeft echter een keerzijde. De klanten van de club bestonden uit mannen die het geld rijkelijk konden laten vloeien. En onder hen zaten uiteraard veel criminelen met zwart geld. Geen wonder dat wijlen Klaas Bruinsma, de ongekroonde koning van de Amsterdamse onderwereld, Yab Yum regelmatig visiteerde, samen met zijn kornuiten. In zijn boek vertelt [i]Theo Heuft[/i] “Zij hadden mijn zaak uitgeroepen tot clubhuis en gebruikten het ook als zodanig. De aanhang van De Dominee was groot, zowel fysiek in omvang als in aantal en zeer nadrukkelijk aanwezig in de club. Bij deze mensen leefde het idee dat een club als Yab Yum eigenlijk bij hen hoorde en, erger nog, dat ik ook een van hen was. Het ging zover dat Bruinsma mij op een zomeravond doodgemoedereerd meedeelde: “Theo, ik word jouw compagnon.”

[b]Angst[/b]
[i]Theo Heuft[/i] besefte dat hij geen toekomst meer zou hebben als hij op het voorstel van Bruinsma zou ingaan, maar nee zeggen was geen optie. Dat zou niet worden geaccepteerd En dat betekende kortweg dat hij daarmee zijn eigen doodvonnis zou ondertekenen. Naar de politie gaan was ook geen optie, omdat prostitutie, zoals gezegd, in die tijd illegaal was. Een criminele compagnon zou voor Heuft betekenen dat de politie het gedoogbeleid ogenblikkelijk zou opheffen. Tot een compagnonschap zou het nooit komen, want Bruinsma werd op 27 juni 1991 voor de Julianaclub van het Amsterdamse Hiltonhotel geliquideerd. Het betekende echter niet het einde van de zorgen van Heuft, want twee voormalige bodyguards van Bruinsma, te weten Sam Klepper en John Mieremet, meenden aanspraak te kunnen maken op de rechten die hun baas voor zijn dood had. Hun gewelddadige optreden, ook in Yab Yum, zorgde ervoor dat de zorgvuldig opgebouwde reputatie van Yab Yum een zware knauw kreeg. “Er was voor hen maar een kleine aanleiding nodig om tot geweld over te gaan, waarbij zij gebruik van vuurwapens, ook binnenshuis niet werd geschuwd. Voor de lol werd er wel eens in het rond geschoten.”
Hoezeer Mieremet Yab Yum tot een deel van zichzelf beschouwde, blijkt uit het feit dat hij in het nachtleven aan mensen die hij sympathiek vond kaartjes van Yab Yum uitdeelde met daarop, in eigen handschrift geschreven: “Goed voor 1 rondje.” Ondertekend John.

[b]Afpersing[/b]
Maar er was meer waar [i]Heuft[/i] zich zorgen om moest maken, zo schrijft hij in zijn boek: Op een winterse zondagavond in 1997 kreeg hij van een Joegoslaaf een pistool op zijn hoofd. [i]Heuft[/i] wist te ontkomen, maar de barkeeper werd zwaar mishandeld. Enkele dagen later werd het pand met kogels doorzeefd. De Joegoslaaf gaf een waarschuwing. De voormalige bodyguard van Bruinsma verzekerde [i]Heuft[/i] dat het nooit meer zou gebeuren. De strop sloot zich om [i]Heufts[/i] hals. Hij kreeg nu bescherming van de onderwereld. Toch kreeg hij niet veel later via via te horen dat men van plan was hem te vermoorden. Heft was doodsbang. Maar het zou nog erger worden. Hij kreeg bezoek van een van de machtigste mannen uit de onderwereld die hem met een pistool dreigde en hem sommeerde twee miljoen gulden te betalen. En hoewel de overvaller bereid was een korting te geven van acht ton, was de situatie penibel. Regelmatig reed de chanteur in een geblindeerde auto langs het pand van Yab Yum met uit het raam hangend een arm en hand met daarin een getrokken pistool. [i]Heuft[/i] realiseerde zich dat de gloriedagen van Yab Yum voorbij waren. Yab Yum, dat in het Sanskriet ‘vader en moeder’ betekent, zou op korte termijn ouderloos worden.
[b]Nieuwe eigenaar[/b]
Onder enorme druk verkoopt [i]Heuft[/i] zijn levenswerk in 1999 aan Hennie Vittali, een zwager van Hells Angels kopstuk Harry Stoeltie. Vanaf dat moment doet, niet geheel ten onrechte, het gerucht de ronde dat Yab Yum het eigendom is geworden van de Hells Angels. Vitalli ontkent dit in oktober 2009 op de televisie en zegt dat de enige bemoeienis van de Hells Angels de veiligheid en dus het deurbeleid was. Volgens Vittali is het onmogelijk om in een dergelijke club een uitsmijter te hebben van een al te licht kaliber.
De gemeente Amsterdam dacht en denkt daar echter nog steeds anders over en vermoedt dat Vittali een zetbaas van de Hells Angels was.

[b]Sluiting[/b]
Op 16 november 2007 maakte de gemeente Amsterdam bekend dat Yab Yum de deuren moest sluiten. Op grond van de Wet Bibob werd de vergunning ingetrokken wegens het vermoeden van criminele activiteiten. Niet zo’n vreemde gedachte, want beveiliger Stoeltie, was bevriend met Heinekenontvoerder Holleeder. Hij werd in de jaren negentig onder meer veroordeeld voor mishandeling. Ook was Stoeltie bevriend met Sam Klepper, die in 2000 werd geliquideerd. Klepper was toen aspirant-lid van de Hells Angels. Bij zijn begrafenis werd hij door de motorclub begeleid. In 2008 sluit de tent definitief.

[b]Boek[/b]
Tien jaar nadat hij zijn luxe bordeel moest verkopen, heeft [i]Theo Heuft[/i] zijn verhaal op papier gezet. Gezien het feit dat [i]Heuft[/i] in de
bron
Crimezone.nl