Toes blogt #2: Een vreemde gewaarwording
Nieuwsbericht
16/06/2010
Een exclusieve column van misdaadauteur Jac. Toes: Het blijft een vreemde gewaarwording om de rechtszaal in te lopen en mijn advocaat alsmede de rechters in zwarte jurken met witte bef te zien verschijnen.
De tegenpartij was vertegenwoordigd door de huisjurist van het Letterenfonds (in gewone kleren). Er was wat schrijvende pers en een cameraploeg van TV-Gelderland aanwezig, wat altijd wel een bepaalde opwinding teweeg brengt, vooral omdat de tegenpartij niet gefilmd wenste te worden en ook niet geïnterviewd.
Eigenlijk is zo’n zitting een wat dorre aangelegenheid. De voorzittende rechter vraagt eerst of deze en gene aanwezig zijn en legt daarna uit waar het allemaal om gaat. Eerste (en enige) teleurstelling volgde meteen: de voorzittende rechter liet weten dat hij het exemplaar Kunst zonder genade, dat als stuk aan het dossier was toegevoegd bewust NIET had gelezen. Hij wilde ervoor waken door Kunst zonder genade beïnvloed te worden. Hij zat er niet om een inhoudelijk oordeel over het werk te geven, gaf hij te kennen, hij wilde alleen bekijken of de aanvraagprocedure correct was verlopen. Begrijpelijk, maar volgens mij wordt het er niet makkelijker op om dat te doen zonder het werk te kennen waar het allemaal om gaat.
De zitting verliep minder spectaculair dan je zou denken. Advocaat Ruud Vos hield een juridisch doorspekt betoog met veel verwijzingen naar eerdere uitspraken en wetsartikelen. Gaandeweg bekroop me de vrees dat het doel van de zitting uit het oog werd verloren, namelijk het doorbreken van de boycot die misdaadromanciers treft bij het aanvragen van een subsidie. Gelukkig begon Ruud Vos op tijd aan een uiteenzetting waarin hij de merkwaardige stap van het Fonds bekritiseerde door mijn werk vakkundig en geslaagd als misdaadroman te noemen maar het literair af te wijzen.
De tegenpartij begon met een knorrige uithaal naar het persbericht dat ik had verspreid en vooral naar een zin die het NRC daar zelf bij had bedacht: als de rechter een uitspraak gaat doen, komt er voor het eerst een juridisch houdbare definitie van een literair genre. Tja, zoiets had ik nooit kunnen verzinnen, klopt ook niet. Mijn advocaat vertelde de rechtbank meteen dat ze zich daar niks van moest trekken. Nog een krent uit de pap: het Fonds voor de Letteren weigerde dus een werkbeurs te geven voor het schrijven van Het Leugenarchief, op basis van de literaire tekort van Kunst zonder genade. Sinds 1 januari is dat fonds echter gefuseerd met het Vertalingenfonds en dat gaf wél een subsidie om Het Leugenarchief in het Duits te vertalen. Juist vanwege de literaire kwaliteit van Het Leugenarchief… ahem… Die twee fondsen zijn nu samengegaan en het is interessant om te zien welk beleid gaat winnen.
Het deed me goed dat het de rechters was opgevallen dat het Fonds nul punt nul aandacht had geschonken aan de concrete argumenten die getuige-deskundige Gert Jan de Vries en ik naar voren hadden gebracht om de literaire waarde van Kunst zonder genade te ‘bewijzen’ (voorzover dat mogelijk is, natuurlijk). Een van de rechters vroeg de tegenpartij waarom ze bij het Letterenfonds niet even hadden nagekeken hoe het nou zat met die enorme hoeveelheid clichés. Het Fonds beweerde namelijk dat het er ‘genoeg’ waren maar bij telling bleven er slechts één (een onbewogen inspecteur) resp. twee (een veelbetekenende stilte) over.
Tot slot heb ik mijn pleidooi gehouden, beginnend met de befaamde sketch Boekenwinkel van Jiskefet, waarin Michiel Romeyn een boek wil kopen met drie lagen, een hoofdpersoon die halverwege in verwarring raakt en een open einde. Ik geloof wel dat het aansloeg. In ieder geval werd me toegestaan mijn slotwoord helemaal uit te spreken, wat gezien de tijdnood een aardige geste van de rechtbank was. Morgen meer over wat andere zaken.
Door Jac. Toes, 15 juni 2010
Wil je reageren op de blog van Jac. Toes ga dan naar het forum (Rubriek Thriller-nieuws)
Eigenlijk is zo’n zitting een wat dorre aangelegenheid. De voorzittende rechter vraagt eerst of deze en gene aanwezig zijn en legt daarna uit waar het allemaal om gaat. Eerste (en enige) teleurstelling volgde meteen: de voorzittende rechter liet weten dat hij het exemplaar Kunst zonder genade, dat als stuk aan het dossier was toegevoegd bewust NIET had gelezen. Hij wilde ervoor waken door Kunst zonder genade beïnvloed te worden. Hij zat er niet om een inhoudelijk oordeel over het werk te geven, gaf hij te kennen, hij wilde alleen bekijken of de aanvraagprocedure correct was verlopen. Begrijpelijk, maar volgens mij wordt het er niet makkelijker op om dat te doen zonder het werk te kennen waar het allemaal om gaat.
De zitting verliep minder spectaculair dan je zou denken. Advocaat Ruud Vos hield een juridisch doorspekt betoog met veel verwijzingen naar eerdere uitspraken en wetsartikelen. Gaandeweg bekroop me de vrees dat het doel van de zitting uit het oog werd verloren, namelijk het doorbreken van de boycot die misdaadromanciers treft bij het aanvragen van een subsidie. Gelukkig begon Ruud Vos op tijd aan een uiteenzetting waarin hij de merkwaardige stap van het Fonds bekritiseerde door mijn werk vakkundig en geslaagd als misdaadroman te noemen maar het literair af te wijzen.
De tegenpartij begon met een knorrige uithaal naar het persbericht dat ik had verspreid en vooral naar een zin die het NRC daar zelf bij had bedacht: als de rechter een uitspraak gaat doen, komt er voor het eerst een juridisch houdbare definitie van een literair genre. Tja, zoiets had ik nooit kunnen verzinnen, klopt ook niet. Mijn advocaat vertelde de rechtbank meteen dat ze zich daar niks van moest trekken. Nog een krent uit de pap: het Fonds voor de Letteren weigerde dus een werkbeurs te geven voor het schrijven van Het Leugenarchief, op basis van de literaire tekort van Kunst zonder genade. Sinds 1 januari is dat fonds echter gefuseerd met het Vertalingenfonds en dat gaf wél een subsidie om Het Leugenarchief in het Duits te vertalen. Juist vanwege de literaire kwaliteit van Het Leugenarchief… ahem… Die twee fondsen zijn nu samengegaan en het is interessant om te zien welk beleid gaat winnen.
Het deed me goed dat het de rechters was opgevallen dat het Fonds nul punt nul aandacht had geschonken aan de concrete argumenten die getuige-deskundige Gert Jan de Vries en ik naar voren hadden gebracht om de literaire waarde van Kunst zonder genade te ‘bewijzen’ (voorzover dat mogelijk is, natuurlijk). Een van de rechters vroeg de tegenpartij waarom ze bij het Letterenfonds niet even hadden nagekeken hoe het nou zat met die enorme hoeveelheid clichés. Het Fonds beweerde namelijk dat het er ‘genoeg’ waren maar bij telling bleven er slechts één (een onbewogen inspecteur) resp. twee (een veelbetekenende stilte) over.
Tot slot heb ik mijn pleidooi gehouden, beginnend met de befaamde sketch Boekenwinkel van Jiskefet, waarin Michiel Romeyn een boek wil kopen met drie lagen, een hoofdpersoon die halverwege in verwarring raakt en een open einde. Ik geloof wel dat het aansloeg. In ieder geval werd me toegestaan mijn slotwoord helemaal uit te spreken, wat gezien de tijdnood een aardige geste van de rechtbank was. Morgen meer over wat andere zaken.
Door Jac. Toes, 15 juni 2010
Wil je reageren op de blog van Jac. Toes ga dan naar het forum (Rubriek Thriller-nieuws)
bron
Crimezone.nl



