True crime: Jack the Ripper

Nieuwsbericht
22/07/2010

Meer dan 100 jaar geleden vermoordde de legendarische Jack the Ripper een aantal prostituees. Rob House schrijft een boek met nieuwe onthullingen.
Moord op prostituees
In 1888 werd Londen opgeschrikt door een aantal moorden op prostituees. De mysterieuze seriemoordenaar die steeds in East End zijn slag sloeg, kreeg de naam Jack the Ripper. Tal van opsporingsmethodes, zelfs de meest experimentele, zorgden er niet voor dat de dader werd gepakt. Sinds die tijd is er veel bewijsmateriaal verloren gegaan en zijn feiten verdraaid. Met name de media schreven hun eigen spectaculaire moordverhaal waarbij het met de waarheid niet zo nauw werd genomen.
Om het ware verhaal van Jack the Ripper boven water te krijgen is dan ook een eindeloos geduld nodig, het vergelijken van duizenden artikelen en het schiften van waarheden en verdichtsels.
Iemand die een groot deel van zijn leven heeft gewijd aan het raadsel Jack the Ripper is Rob House, die momenteel de laatste hand legt aan zijn boek Deemed Insane: The Story of Scotland Yard’s Top Jack The Ripper Suspect.



Het boek dat begin januari 2011 zal verschijnen bij Russell & Volkening, zal als eerste in de geschiedenis aandacht besteden aan de controversiële topverdachte van Scotland Yard, Aaron Kosminski .
Rob House heeft volgens eigen zeggen een aantal opzienbarende nieuwe feiten boven tafel weten te halen omtrent de belangrijkste verdachte van Scotland Yard, de geesteszieke Poolse Jood Aaron Kosminski. Het boek zal voorzien worden van een voorwoord door voormalig FBI profiler Roy Hazelwood.

Jack the Ripper
De naam Jack the Ripper was overigens geen verzinsel van media of publiek. In een anonieme brief die bij Central News Agency binnenkwam werden de moorden opgeëist door iemand die zich zo noemde. Maar deze briefschrijver was niet de enige verdachte. Er waren talloze mannen die van de seriemoorden werden verdacht. De moorden werden allemaal binnen een straal van anderhalve kilometer gepleegd en omvatte de districten Whitechapel, Spitalfields, Adgate, en de stad Londen.
Van augustus tot november 1888 werden vijf vrouwen vermoord en in de jaren erna, tot 1891, nog eens zes vrouwen. Volgens sommigen zijn alleen de eerste vijf door de Ripper vermoord en de moorden na 1888 door iemand anders. Feit is dat er grote overeenkomsten zijn tussen de moorden (wurging/snijwonden). De slachtoffers waren allen prostituee en dronken op het moment dat zij vermoord werden, Alle moorden vonden buitenshuis, op straat, plaats.?Bekend is dat de Ripper wachtte tot de vrouwen met beide handen hun rokken optilden, waarna hij hen bij de keel greep en kneep tot ze bewusteloos waren. Vervolgens liet de Ripper hen op de grond zakken en takelde hen vreselijk toe met zijn mes, waarbij hij onder andere hun keel doorsneed. Vervolgens verwijderde hij op professionele wijze de organen van zijn slachtoffers.Wat het motief was van de Ripper is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Hij had geen seksuele motieven, want met geen van de prostituees had hij voor of na hun dood gemeenschap?

Aaron Kosminski
Van de vele verdachten die in aanmerking komen om Jack the Ripper te zijn, heeft Ripperologist Rob House zich geconcentreerd op Aaron Kosminski (1865–1919). Hij was werkzaam als kapper in de Joodse gemeenschap in Whitechapel, Londen. Geboren in Klodawa (Polen/Rusland) in 1865 en in de jaren tachtig (op zijn 17e) naar Engeland verhuisd. Hij werd op zijn 26e opgenomen in een inrichting voor geesteszieken, omdat hij paranoïde en schizofrene trekken vertoonde. Zijn naam als verdachte werd genoemd in de aantekeningen van Chief Constable Melville Macnaghten. Hierin werd gezegd dat er sterke aanwijzingen waren om Kosminski te verdenken. Volgens de politieman had Kosminski “een grote haat ten opzichte van vrouwen ontwikkeld, met sterk moordzuchtige tendensen.” Ook in het nadeel van Kosminski was dat hij sterk leek op de beschrijving die een getuige had gegeven van een man die zich bij een van de plaatsen delict (bij Mitre Square) had opgehouden. Vervolging op basis van deze getuigenis was echter niet mogelijk omdat de zogenaamde getuige weigerde een verklaring af te leggen tegen een van zijn Joodse medeburgers. Een andere politiechef, Swanson, die de getuige had verhoord, was ervan overtuigd dat de man Kominski als dader had aangewezen. Ook de geestesziekte van Kosminski werd als sterk bewijs gezien.

Officieel bewijs?
Verder voldeed Kosminski geheel aan de criteria die golden voor een seriemoordenaar. Criteria die waren opgesteld door profilers van seriemoordenaars John Douglas en Robert Ressler,
Tot die 19e eeuwse criteria behoorden: overdadige masturbatie, los vast werk hebben en de afwezigheid van een biologische vader(de vader van Aaron overleed toen hij 8 was). Tot slot kon Kosminski de moorden gemakkelijk gepleegd hebben omdat hij vlak bij de plekken woonde waar de moorden gepleegd werden. Ook in zijn nadeel sprak dat hij zijn zuster ooit met een mes bedreigd zou hebben. Veel ander bewijs van gewelddadig gedrag was er niet. Toch verklaarde men Kosminski in augustus 2006 officieel tot Jack the Ripper. Aanleiding daartoe waren de handgeschreven aantekeningen van politiechef Swanson (met de getuigenverklaringen) die na bijna honderd jaar jaren boven water kwamen en die geschonken werden aan het Scotland Yard Crime Museum in 2006.

Patricia Cornwell
Al eerder verscheen van de hand van de Amerikaanse bestsellerauteur Patricia Cornwell een lijvig boek over de ware identiteit van Jack the Ripper. Portret van een moordenaar (2002). Volgens haar is het Walter Sickert, een impressionistische schilder. Cornwell heeft kosten noch moeite gespaard om dit uit te zoeken. Ze investeerde zes miljoen dollar en kocht 32 schilderijen op van deze Sickert om bewijsmateriaal te vinden. Forensische experts werden ingehuurd en vingerafdrukken vergeleken. Ook de schildersezel kwam in haar bezit, ze bezocht moordlocaties en graven van slachtoffers. Het gerucht dat Sickert de dader was deed al langere tijd de ronde. Zijn macabere schilderijen over vermoorde prostituees gaven daartoe aanleiding. Patricia Cornwell vond bewijzen, zo zegt ze. Een paar voorbeelden. Sickert wandelde door dezelfde straten als ‘de Ripper’ en 20 jaar later maakt hij de gruwelijke serie schilderijen. Hij wachtte daarmee zo lang om geen verdenking op zich te laden. Bij het schilderen droeg hij een rode handschoen, een getuige zag ook een rode handschoen bij de Ripper. Daarnaast lijken het profiel en de achtergrond van Sickert veel op die van andere seriemoordenaars. Cornwell vermoedde dat de schilder schetsen heeft gemaakt van zijn slachtoffers. Helaas was het schetsboek onvindbaar.

Het ultieme bewijs zou natuurlijk geleverd zijn als er DNA van de schilder gevonden zou worden. Patricia Cornwell kreeg toestemming van de Britse regering om brieven te bestuderen die vrijwel zeker door de seriemoordenaar geschreven zijn. Ze vloog op eigen kosten een leger van experts over van Amerika naar Engeland. Uiteindelijk werd er een spoor van bewijs gevonden, maar Patricia Cornwell kon haar geloof niet voldoende met feiten onderbouwen om experts te overtuigen.

2011
Of Kosminski echt de dader is of dat hij het slachtoffer is van de anti emitische gevoelens die in de vorige eeuw sterk in Londen leefden? We zullen het in januari 2011 weten als Rob House met nieuwe feiten op de proppen komt in zijn boek Deemed Insane: The Story of Scotland Yard’s Top Jack the Ripper Suspect.
bron
Crimezone.nl