Korterink leest: ‘Koud Bloed nr 17’

Login om te reageren
Korterink leest: ‘Koud Bloed nr 17’

Hendrik Jan Korterink (1955) is freelance misdaadjournalist voor onder meer Revu en Panorama. Hij heeft een hele reeks non-fictieboeken op zijn naam staan, waaronder De zwarte schapen van Oranje (1992), Moord in Nederland (1994), De dynastie Van der Valk (1996), Bom in de Laurierstraat (2005) en De wereld van de misdaad (2008) en De BV Bruinsma (2011). Vorig jaar verscheen het spraakmakende boek Echte mannen eten wél kaas, waarin hij het verhaal van Maria Mosterd ontkracht door te bewijzen dat haar boek Echte mannen eten geen kaas (2008) een bizarre mix van feiten en vooral veel fantasie is. Korterink heeft een eigen, zeer druk bezochte website www.misdaadjournalist.nl.

Voor Crimezone zal hij met enige regelmaat zijn licht laten schijnen op true crime-boeken.



Korterink leest: ‘Koud Bloed nr 17’.

Is nummer 17 de laatste Koud Bloed? Marie-Anne van Wijnen, de misdaadpoot van uitgeverij Nieuw Amsterdam, is vertrokken en haar geesteskind lijkt bij de nieuwe pleegmoeder weinig overlevingskans te hebben.

Is dat erg?

Aan de ene kant zeker. Er is een markt voor langere, goed geschreven misdaadverhalen. Nieuwe Revu heeft dat jarenlang volgehouden, onder Hans Verstraten. Koud Bloed sprong wat dat betreft wel in een gat in de markt, maar het is geen succes geworden zoals Hard Gras, het literaire voetbaltijdschrift dat dezelfde formule hanteert. Daar kun je allerlei factoren voor bedenken. Zoals dat veel boekwinkels er niet goed raad mee wisten: moet het nou tussen de tijdschriften of bij de boeken? En toen het geen groot verkoopsucces werd, verdween het uit steeds meer winkels. De vraag is: lag dat aan de formule of aan de inhoud?

Er zijn goede nummers gemaakt, met goede verhalen, maar het wreekt zich een beetje dat een goede misdaadreportage veel tijd kost. Een literaire schrijver kan het meeste vanachter zijn bureau doen. Hij gaat er een paar dagen voor zitten en hup, verhaaltje klaar. De geest doet het werk. Bij non-fictie gaat dat niet zo. Ik ben zelf wel eens maanden bezig geweest met één verhaal, dat uiteindelijk niet meer dan zes pagina’s in Nieuwe Revu besloeg. Over de moord op Marco Eijk. Dat is volstrekt niet rendabel, want daar krijg je als freelancer niks meer voor dan voor een verhaal waar je een paar dagen of een week mee bezig bent. Eigenlijk kan geen enkele freelancer zich veroorloven zo lang aan een verhaal te werken, terwijl dat de stukken zijn waar Koud Bloed het van zou moeten hebben. Want wie moeten anders die verhalen maken? De journalisten die in vaste dienst zijn bij een krant of weekblad. En die krijgen heus geen toestemming diepgaande achtergrondreportages te maken voor derden.

De laatste afleveringen van Koud Bloed zijn themanummers geweest. Dat vinden boekhandelaren prettig, dat is duidelijk en herkenbaar. Het gevaar is wel dat als het een thema is dat de vaste kern kopers niet aanspreekt, je meteen in de problemen komt. Ik weet de verkoopcijfers niet, maar nummer 13 was ‘In Memoriam: De Dominee’ (over Klaas Bruinsma); nummer 15 was ‘Dossier Oranje’ (dubieuze zaken rond het koningshuis). Ik schat zo dat Bruinsma het ruimschoots van Oranje heeft gewonnen.

Lest best, zeiden we vroeger, maar ik vrees dat dat niet opgaat voor deze Koud Bloed. ‘Nederland Pornoland’ is het thema. En hoewel kinderporno verwerpelijke smeerlapperij is en kindermisbruik aangrijpend misdadig, ben ik bang dat de echte crimeliefhebber hier niet warm voor loopt. Over Robert M. en het Hofnarretje wil ik eigenlijk al heel lang niks meer lezen, alles is bekend. Het verhaal over Charles Geerts, ‘de koning van de Wallen’, voegt ook weinig toe: het is allemaal al eens geschreven en met criminaliteit heeft het weinig te maken. Geerts kende Bruinsma, dat is het wel zo’n beetje.

Wel interessant, maar ook niet erg crimineel: de opkomst en ondergang van Joop Wilhelmus, de grondlegger van parenclubs in Nederland, de oprichter van pornoblad Chick. Het geeft vooral aan hoe de tijden veranderd zijn. En als één ding duidelijk wordt is het dit: die Joop Wilhelmus was een viespeuk.

Hetzelfde geldt met terugwerkende kracht voor ‘senator Brongersma’, die in de jaren zestig en zeventig een lans brak voor seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen. Eigenlijk een volbloedpedo, maar toen viel dat nog onder de vrije geest.

De enige echte ‘crime’ komt van Bart Middelburg en telt maar twee pagina’s: het In Memoriam voor Gijs van Dam junior. Het verband met het thema ontgaat mij, behalve dan dat hij nog maar 17 jaar was toen hij al werd ontvoerd (kindermishandeling?) en dat hij ‘de zware criminaliteit’ met de paplepel ingegoten had gekregen. In december 2002 werd er een aanslag op hem gepleegd die hij overleefde, maar waardoor hij wel in een rolstoel terechtkwam. In mei 2004 ‘werd het karwei afgemaakt’. Bart Middelburg noemt als een van de theorieën dat de liquidatie een represaille was voor de moord in april 2002 op drugshandelaar Eddy Chong, “maar er is ook een theorie dat Cor van Houts aartsvijand Willem Holleeder erachter zou hebben gezeten.”

Tja, daar zou nog heel veel meer over te vertellen zijn, ik ken ook wel wat van zulke theorieën. Ik houd het op een andere invalshoek, maar om die goed uit de doeken te doen zou ik heel wat meer pagina’s nodig hebben.

En tijd.
Dat vooral.
Heel veel tijd.
Om heel veel mensen te spreken.

Ik heb die tijd niet, voor dit onderwerp, en dus zal Gijs van Dam junior het waarschijnlijk blijvend moeten doen met ‘In Memoriams’ of korte stukjes in grotere verhalen over grotere en boeiender criminelen. Die – naar het zich laat aanzien – on elk geval niet meer in een Koud Bloed zullen verschijnen.










KOUD BLOED nr 17

Al sinds de Gouden Eeuw is pornografie in Nederland aan een straffe opmars bezig. De Nederlanders zagen er big business in, ondanks de tegenwind vanuit de kerken. Vandaag de dag staat Nederland 15de op de wereldranglijst van landen die het meest verdienen aan porno. Hoogleraar Cultuurgeschiedenis Inger Leemans schrijft er een interessant overzichtsverhaal over.
Toen wij ons voor deze Koud bloed gingen verdiepen in de relatie tussen porno en strafrecht bleek tot onze verbazing in vrijwel elke bijdrage het woord ‘kinderporno' voor te komen.

Ooit stelde schrijver Hans Maarten van den Brink voor om te onderzoeken welke rol de penoze heeft gespeeld in de seksuele revolutie van de jaren '70. Een goed idee, maar wat ons betreft zou ook de rol van al dan niet heimelijke pedofielen in kaart moeten worden gebracht. Want seksbladexploitant Joop Wilhelmus bleek grote interesse te hebben in minderjarig naakt, net als pornoproducent Willem de Gier, die journalist Arno Ruitenbeek zijn autobiografie wilde laten redigeren.

Porno is inmiddels vrijwel verdwenen uit het Wetboek van Strafrecht. Op internet is het echter alom aanwezig. Justitie heeft nu de ogen gericht op de aanpak van kinderporno. Daarover schrijft het RTL-duo Roland Strijker en Hester van Yperen.

Han van der Vegt duikt in de rumoerige zaak van het Brongersma-archief en Gerben van der Marel portretteert de voormalige wallenkoning Charles Geerts. Merel Thie woonde alle zittingen bij in de rechtszaak tegen Robert M. en beschrijft het verleden van de man.

In de jaren tachtig was pedofilie ‘bespreekbaar', zoals dat heet. Dat is nu ondenkbaar. Maar schieten we niet door in de bestrijding van pedofilie en kinderporno? Dat is de vraag die oprijst uit het interview met Bart Swier, advocaat van pedofilievereniging Martijn in een civiele procedure.

Genre: Misdaad
ISBN: 9789046812341
NUR: 330
Aantal pagina's: 128







Eerder verschenen