Korterink leest: ‘Mijn ontvoering door het OM’

Login om te reageren
31/01/2012
Nieuws True Crime
Korterink leest: ‘Mijn ontvoering door het OM’

Hendrik Jan Korterink (1955) is freelance misdaadjournalist voor onder meer Revu en Panorama. Hij heeft een hele reeks non-fictieboeken op zijn naam staan, waaronder De zwarte schapen van Oranje (1992), Moord in Nederland (1994), De dynastie Van der Valk (1996), Bom in de Laurierstraat (2005) en De wereld van de misdaad (2008) en De BV Bruinsma (2011). Vorig jaar verscheen het spraakmakende boek Echte mannen eten wél kaas, waarin hij het verhaal van Maria Mosterd ontkracht door te bewijzen dat haar boek Echte mannen eten geen kaas (2008) een bizarre mix van feiten en vooral veel fantasie is. Korterink heeft een eigen, zeer druk bezochte website www.misdaadjournalist.nl.

Voor Crimezone zal hij met enige regelmaat zijn licht laten schijnen op true crime-boeken. In deze editie van Korterink leest true crime aandacht voor Mijn ontvoering door het OM van Martijn Hoogeveen.




Korterink leest: ‘Mijn ontvoering door het OM’ van Martijn Hoogeveen

Een maand voordat Freddy Heineken in 1983 werd ontvoerd, was er in Amsterdam nóg een ontvoering. Martijn Hoogeveen (20) en Hester Pilz (24) werden met geweld uit een Tai Chi-groep ‘bevrijd’ en opgesloten in een huis op de Veluwe. Nu pas heeft Martijn daar een boek over geschreven: ‘Mijn ontvoering door het OM’.

Het zal niet zo’n bestseller worden als het boek van Peter de Vries over ‘die andere ontvoering’. Wel een pikant toevalletje: in de Heinekenzaak is er sprake van ‘de bouwvakker’, de hoofdfiguur in de Tai Chi-groep is Jo Onvlee, die ook bekend staat als ‘de bouwvakker’. Een slordigheidje is dat er in het boek twee keer staat dat Heineken is ontvoerd door Holleeder en Houtman. Waar toch echt Van Hout is bedoeld.

Het is een beetje een raar boek. Het omslag, de titel en tekst op de achterkant noden niet direct uit tot lezen en je moet er even inkomen. Het is niet slecht geschreven, maar de lezer had vanaf het begin wat meer in het verhaal getrokken moeten worden. Het zal mijn bedorven geest zijn, maar ik zou zijn begonnen met deze passage:

“Ruud, zou je mij toestemming geven om met je toek te bobberen? Steek je arm op als dat zo is.”




Niet zo spiritueel

In juli 1983 is het Amsterdamse Tai Chi-groepje onder leiding van Jo Onvlee een weekendje weg. Ze hebben een eigen taaltje. Je toek bobberen betekent, netjes uitgedrukt: staat u mij toe geslachtelijke gemeenschap met uw gade te beoefenen? Plat gezegd: mag ik je vrouw neuken?
Onvlee vraagt het aan alle aanwezige mannen. Ze zeggen ja, op twee na. Eén man ziet dat echt niet zitten, de ander is van een homostel.

Martijn Hoogeveen, dan 20, is er met zijn vriendin Leonie en hun twee kinderen. Ze zijn geen fanatieke beoefenaars van de oosterse vechtsport, Tai Chi lijkt meer op yoga. Ze voelen zich thuis in dit behoorlijk intellectuele gezelschap. Als Martijn de vraag krijgt kijkt hij Leonie aan. Hij denkt dat het vooral geestelijk bedoeld is, als ‘onthechting’ en ook hij zegt ‘ja’. Het zal een hele tijd duren voor hij erachter komt dat het helemaal niet zo spiritueel bedoeld was.

In het boek beschrijft Martijn Hoogeveen hoe hij en de andere groepsleden het slachtoffer worden van op Amerikaanse leest geschoeide sektejagers. Hij legt de verantwoordelijkheid vooral bij het Openbaar Ministerie en de politie, die zich voor een karretje lieten spannen, maar de echte boosdoener is in feite zijn eigen moeder Anke, een advocate, die haar echtscheiding moeilijk kon verkroppen en via wat vriendjes bij justitie en aanverwant het voor elkaar kreeg dat er een complete inval door de politie werd gedaan. Vrouwen en kinderen werden afgevoerd en kwamen onder toezicht van de Kinderbescherming, kinderen werden uit huis geplaatst. Een buitengewoon valse verklaring van vertrouwensarts Arend Koers, die bizarre ideeën heeft over de relatie tussen ouder en kind, was de stok om deze hond te slaan.









Boven: Hoofdinspecteur Heesters (midden) en inspecteur Hogervorst (rechts) onderbreken in burger de theatervoorstelling en vragen Jo Onvlee (links) mee te komen. Rechts: Direct na het afvoeren van Jo Onvlee, wordt Hester Pilz met geweld ontvoerd door ‘roodbanders’ en door de politie een vrije doorgang verleend.




Bij de beesten af

Het is inderdaad bij de beesten af wat er allemaal gebeurt. Niet alleen de inval bij de groep, maar vooral dat politie en justitie met de sektejagers onder één hoedje hebben gespeeld. Kwaaie pieren: hoofdinspecteur Heesters van de Jeugdpolitie, officier van justitie Beatrijs Broers, inspecteur Eduard Hogervorst, persofficier Henk Wooldrik. Je vraagt je meteen af: wat is er met de carrières van deze figuren verder gebeurd?

Van Wooldrik is het bekend: die rolde van het ene schandaal in het andere. In de IRT-affaire ging hij de fout in, bij de vliegramp op Faro en hij is ook lid van dat dubieuze eetclubje dat Geert Wilders probeerde te vervolgen.

Als gezegd: je moet er even inkomen, maar dan wordt het toch echt spannend en interessant. Martijn en Hester worden ondergebracht in een vakantiebungalow op de Veluwe, in het gehucht Soeren bij Apeldoorn. Hier worden ze opgesloten tot ze ‘gedeprogrammeerd’ zijn. Amerikaanse ‘deprogrammeurs’ praten op hen in. Martijn besluit het spelletje mee te spelen: dat is de enige kans om hier te kunnen ontsnappen. Ook zijn moeder is hier aanwezig. Hij moet een verklaring ondertekenen waarin hij haar toestemming geeft zijn woning binnen te gaan en een zogenaamd door hemzelf geschreven brief aan Leonie ondertekenen waarin hij verklaart dat hij afstand neemt van de groep. Als hij niet meewerkt dreigen ze hen uit de ouderlijke macht te ontzetten.



Ontsnapping

Martijn weet bij de meeste betrokkenen de indruk te wekken dat hij inderdaad ‘om’ is. Hester, in hetzelfde vakantiehuis opgesloten, had zich direct al ‘bekeerd’, de operatie leek een succes. Na vier dagen plannen de ontvoerders een uitje naar een bioscoop in Zwolle. Weliswaar onder strenge begeleiding, maar tijdens de film weet Martijn te ontsnappen. Er volgt een spannende tocht, waarbij hij op de hielen wordt gezeten door de sektejagers.

Het is niet de bedoeling hier te verklappen hoe dit afloopt. Als lezer denk je wel: die Martijn was wel een beetje naïef. Destijds. Je bent geneigd te vergeten dat hij nog maar twintig was.
In de jaren zeventig was het niet ongewoon dat therapeuten seks hadden met hun vrouwelijke cliënten. Dat was goed tegen de remmingen. In verschillende sektes was het ook gemeengoed dat de vrouwelijke groepsleden het bed deelden met de leider. Zeer berucht in dit opzicht is de sekte van de zwaargelovige Sipke Vrieswijk ( www.misdaadjournalist.nl). Uiteindelijk draaide het bij Onvlee ook alleen om seks. Dat de mannen dat niet eerder in de gaten hadden wekt toch enige verbazing.




Aanklacht

Het boek is ook bedoeld als een aanklacht tegen de Amerikaanse sektejagers van de CAN en hun Nederlandse tak: de ‘gedeprogrammeerde’ huisarts Barbara Bischot die in 1979 het Nederlandse filiaal SOS, Samenwerkende Ouders Sekteleden, oprichtte. In het geval van Hoogeveen is de kritiek zeer terecht: behalve de nogal vrijwillige seks tussen de leider en een aantal dames was er niet veel aan de hand. Maar er zijn ook gevallen waarbij je meer begrip op kunt brengen voor de sektejagers. Bovendien: de echte boosdoeners waren zijn eigen ouders.

De oordelen achteraf over het optreden van politie, justitie en andere betrokkenen zijn vernietigend. Terecht, maar de foute ouders komen er naar mijn idee wel iets te gemakkelijk mee weg.

Mijn ontvoering door het OM wordt uitgegeven door Reality Bites Publishing.