Q&A: Judith Visser
In 2006 debuteerde Judith Visser met Tegengif, een boek dat binnen een week uitverkocht was en voor veel ophef zorgde. Twee van haar boeken die daarna verschenen, Stuk en Trip bleken het ook goed te doen bij Young Adult’s, daarom besloot haar uitgever deze twee boeken in juli 2012 in een Young Adult jasje uit te brengen.
Vandaag in de Q&A aandacht voor Judith Visser - inclusief prijsvraag!
Q: Wie is Judith Visser en wanneer besloot zij om schrijver te willen worden?
A: Als ik er aan terugdenk dan kwam het besluit om schrijfster te worden al vrij jong, ergens in mijn tienerjaren. Maar pas toen ik halverwege de twintig was kreeg ik ineens het idee voor mijn eerste boek Tegengif, en besloot ik om er echt voor te gaan.
De ‘wie is’- vraag vind ik lastig… Kort samengevat ben ik een gediplomeerd Voedingsdeskundige en wilde ik ooit een eigen voedingsadviespraktijk beginnen. Verder ben ik een dierenvriend, tomboy, lezer en chocoholic, en heb ik een zwak voor vintage. O, en tijdens het schrijven draag ik een bril en lijk ik op Ushi!
Q: Wat is je laatste YA boek en wanneer is deze verschenen?
A: Dat zijn er twee, Stuk en Trip verschijnen tegelijk! Beiden verschenen een paar jaar terug in het volwassen genre, maar zijn nu in speciale YA edities uitgebracht. Past ook eigenlijk beter bij ze, achteraf gezien, want de hoofdpersonen Elizabeth en Amber zijn respectievelijk 16 en 17 jaar.
Q: Geef in één zin aan waarover je nieuwste boek gaat.
A: Stuk gaat over de 16-jarige Elizabeth die op school zo gruwelijk wordt gepest dat zij steeds verder haar toevlucht zoekt in een andere realiteit en zo haar eigen identiteit compleet verliest.
Q: Op welk boek van jezelf ben je het meest trots en waarom?
A: Dat is nog altijd mijn debuut Tegengif en dat komt omdat dat mijn eerste boek was en daarom altijd bijzonder zal blijven. Vanaf dat moment was ik ineens officieel schrijfster! Ook ben ik achteraf blij dat ik gedebuteerd ben met een boek over een (toch nog steeds) controversieel onderwerp, namelijk prostitutie. Dan ben je als schrijver meteen van alle ‘remmen’ verlost en dat werkte bevrijdend bij het schrijven van mijn volgende boeken.
Q: Welk boek van een collega-auteur zou je het liefst zelf geschreven hebben en waarom?
A: Ik schrijf zelf geen historische romans of historische thrillers, maar het is als lezer wel een van mijn favoriete genres. Tipping the Velvet (NL:Fluwelen begeerte) van Sarah Waters zou ik graag zelf geschreven hebben, omdat zij in dat boek (net als altijd) een prachtig meeslepend en helder inzicht geeft in de gevoelens van haar hoofdpersonages en tegelijkertijd een verhaal schrijft dat zo boeiend is dat het letterlijk niet is weg te leggen. Volgens mij zijn haar boeken ook in het Nederlands vertaald: aanraders!
Q: Over welk onderwerp zou je nog een (spannend) boek willen schrijven?
A: Time travel! Haha. Aan de ene kant neem je met dat thema een groot risico, want het is al zo vaak gedaan en onlangs nog op een uiterst briljante manier door Stephen King (in 11.22.63), maar aan de andere kant blijft het eindeloos fascinerend en ik weet er vast nog wel een originele draai aan te geven…
De Tweede Wereldoorlog trekt me als onderwerp of in ieder geval als setting ook, maar daar waag ik me nog niet aan. Ik voel dat ik daar als schrijver op dit moment nog niet klaar voor ben, dus voorlopig hou ik het wat dat betreft bij lezen.
Q: Hoe of waar doe je inspiratie op voor een nieuw boek?
A: Het romantische antwoord zou zijn: tijdens een lange strandwandeling hier in Rockanje (waar ik woon), terwijl de zon langzaam ondergaat en mijn honden door de zee dansen. Maar de waarheid is: in mijn hoofd, altijd in mijn hoofd. Met mijn ogen dicht.
Q: Waarom ben je spannende boeken voor Young Adults gaan schrijven?
A: Bij Stuk en Trip ging het eigenlijk ‘onbewust’, en ontdekte ik achteraf door reacties van anderen pas dat ik een YA boek had geschreven! Maar ik heb onlangs met mijn uitgeverij contracten getekend voor twee nieuwe YA thrillers, en die zullen allebei volgend jaar verschijnen. De reden is dat zowel het genre als de doelgroep mij aanspreekt en ik er goed mijn weg in kan vinden.
Q: Welk boek ligt er nu op je nachtkastje?
A: Momenteel lees ik Rebecca van Daphe du Maurier, prachtig!
Q: Welke boeken lees je zelf graag?
A: Ik lees ongeveer twee boeken per week, en vrijwel altijd Engelstalig. Mijn favoriete schrijvers zijn Sarah Waters, Jeffrey Archer, Barbara Erskine en Natsuo Kirino. Thrillers en romans wissel ik af, evenals boeken van nu en klassiekers. Voor wie het leuk vindt heb ik hier een lijst staan met mijn all time favourites: www.judithvisser.nl/faq/leestips.
Q: De vraag van Alexandra Penrhyn Lowe: Wat is je schrijfritueel? Oftewel: wanneer schrijf je? Waar? Schrijf je op vaste tijden? Een bepaalde hoeveelheid per dag?
A: Ik sta vroeg op, rond 7.00 uur, en zwerf ’s ochtends eerst een paar uur met de honden door het bos. Daarna ga ik aan de slag, en probeer ik te schrijven van 10.00 tot 15.30 uur. Als ik tegen mijn deadline aanzit ga ik het liefst ’s avonds ook nog een paar uurtjes door. Dit lijkt misschien heel wat, maar vergis je niet: ik heb een concentratiestoornis en kan niet langer dan drie of vier minuten achter elkaar doorwerken. Daarna moet ik iets anders doen, en pas dan kan ik weer verder. Het gaat dus met horten en stoten, maar uiteindelijk lukt het altijd.
Als ik ‘nieuw materiaal’ aan het schrijven ben, dus tijdens een eerste versie van een nieuw boek, streef ik naar minstens 2000 woorden per dag, maar dat haal ik lang niet altijd.
En mijn schrijfplek: meestal zit ik op de bank, tussen mijn honden in, met mijn pen en papier (of soms laptop) op schoot!
Zie Q&A: Alexandra Penrhyn Lowe.
Q: Welke vraag vind je dat we aan de volgende auteur in Q&A moeten stellen?
A: Mijn vraag is: werk je met proeflezers? En zo ja: zijn dat steeds dezelfde?
Mijn eigen antwoord: ik heb een vast groepje proeflezers, en hun mening is erg belangrijk voor mij. Zij lezen het manuscript nog voordat ik het naar de uitgever opstuur, en aan de hand van hun feedback ontstaan er vaak nog een paar nieuwe versies. Ik vind proeflezers onmisbaar!
Judith Visser
Stuk
Indringend en onvergetelijk thrillerdebuut. Elizabeth zit in 4b van het Mercatuscollege in Rotterdam. Ze wordt door een paar klasgenoten op een gruwelijke maar vrijwel onzichtbare manier gepest. Haar ouders zijn sinds een paar jaar gescheiden en haar moeder heeft zich op haar werk gestort om het verdriet te verdringen. Elizabeth raakt steeds meer geïsoleerd. Het enige positieve van haar klas is de aanwezigheid van Alec. Alec is een rustige, knappe jongen, die ouder en wijzer is dan de andere jongens. Hij heeft verkering met Riley, een uitzonderlijk mooi, blond en ook nog lief meisje. Elizabeth stelt zich voor hoe het leven eruit zou zien als ze Riley was. En dan neemt ze een fatale beslissing...
Leuk! Van zowel Stuk als van Trip zijn er fragmenten te lezen op Crimezone.
Crimezone YA over Stuk: Een boek vol spanning, gebaseerd op een sterke verhaallijn en geschreven in een lekker leesbare stijl – ideaal om in één ruk uit te lezen. ★★★★
Vragen over Stuk:
Q: Stuk kwam eerder al uit als thriller voor volwassenen en is nu uitgekomen in een speciaal YA-jasje. Heb je veel herschreven aan Stuk of is het boek vrijwel hetzelfde gebleven?
A: Het is vrijwel helemaal hetzelfde boek gebleven, ik heb alleen het laatste gedeelte iets aangepast. Op het eind gebeurt er iets, en ik merkte dat het veel lezers niet helemaal duidelijk was hoe dat kon gebeuren. Ik had twee subtiele aanwijzingen in het verhaal verwerkt, maar blijkbaar waren die TE subtiel. Ik heb ze voor de YA-uitgave dus iets aangedikt, haha. Maar verder is er niets veranderd!
Q: In het dankwoord bedank je het Mercatuscollege, de school waar Elizabeth, de hoofdpersoon van Stuk, ook op zit. Heeft dit nog een specifieke reden of is het alleen maar omdat je hun naam hebt mogen gebruiken?
A: Het Mercatuscollege is de middelbare school waar ik zelf op heb gezeten en inmiddels bestaat deze school niet meer, er zit nu een Albeda-vestiging in dat gebouw. Toen ik Stuk schreef was dat al zo, dus ik heb het voormalig Mercatuscollege destijds ook niet om toestemming kunnen vragen om hun naam te gebruiken en daarom koos ik er voor om ze dan maar achterin het boek te bedanken. Maar later, toen Stuk eenmaal verschenen was, ontdekte ik door berichtjes die ik kreeg dat veel leraren van toen nog steeds in dat gebouw werkten. Ik werd uitgenodigd om langs te komen, en heb die dag heel veel boeken gesigneerd, haha. Ze vonden het allemaal heel leuk. Gelukkig maar!
Q: Heb je veel onderzoek moeten doen voor de thema’s die in het boek aan bod komen? Zo ja, waar heb je dat onderzoek dan gedaan?
A: Het hoofdthema is pesten, en dat was vooral een kwestie van inleven. Ik probeerde me voor te stellen wat het met je doet, als je zo in een hoek gedreven wordt en het gevoel krijgt dat je alleen op de wereld bent. Naar zelfverminking (Elizabeth trekt haar eigen haren uit) heb ik online research gedaan: ik las interviews en bekeek documentaires.
En in de anorexia die Elizabeth ontwikkelt heb ik me uitgebreid verdiept, ik heb o.a. meisjes gesproken die aan deze eetstoornis leiden en heb er veel over gelezen. Erg aangrijpend.
Q: Wat opvallend is in Stuk is dat de hoofdpersoon, Elizabeth, erg realistisch is beschreven en we als lezer een beetje in haar ziel kruipen. Hoe heb je dit voor elkaar gekregen? Was het lastig?
A: Dat vind ik een groot compliment! Het was vooral een kwestie van inleven, mezelf in haar verplaatsen. Dat was soms behoorlijk zwaar, want Elizabeth heeft een uiterst zwarte ziel en ik werd er niet vrolijk van om vanuit haar te schrijven. Ik heb er destijds mentaal ook best een klap aan overgehouden. Maar ik vond het belangrijk om het zo realistisch mogelijk te beschrijven, ik wilde mensen raken en niet terughoudend zijn in het schrijfproces.
Q: Elizabeth gaat in haar gedrag, gedachten en acties best ver, verder dan een ‘normaal’ iemand misschien zou gaan. Heb je hier zelf ook een reden die eraan ten grondslag ligt bedacht?
A: In fictie worden dingen vaak een beetje uitvergroot, je neemt een bepaald persoon of een bepaalde setting of gebeurtenis en die leg je als schrijver onder een vergrootglas. Elizabeth beleeft alles heel extreem en intens, ze is overgevoelig en zoekt overal een reden achter. Ze analyseert dingen en kan hierdoor haar foute acties ‘goedpraten’ voor zichzelf. Dit maakt van haar uiteindelijk een psychopaat, want haar eigen analyseringen schakelen haar geweten uit: ze vindt dat ze het ‘recht’ heeft om bepaalde dingen te doen.
De reden is waarschijnlijk de opeenstapeling van alles. Er is denk ik een maximum aan ellende dat een jong iemand kan verdragen voordat hij/zij ‘knapt’. En dat is wat er met Elizabeth gebeurt: ze knapt/flipt, voor het oog van de lezer…
Door: Svenja van der Tol, Crimezone Young Adult.
Eerder verschenen:
-
Q&A: Pittacus Lore
Het eerste boek van Pittacus Lore, I am number Four, is inmiddels verfilmd. In oktober verschijnt het derde deel in deze spannende reeks: De opkomst van negen.
23/10/2012Q&A Young Adult -
Q&A: Mel Wallis de Vries
Mel Wallis de Vries is Nederlands bekendste schrijfster van jeugdthrillers. Voor Vals (2010) ontving ze de Crimezone Award. Klem, haar achtste, verschijnt 24 oktober 2012.
03/10/2012Q&A Young Adult -
Q&A: Lauren Kate
Haar boeken zijn in meer dan 30 talen verschenen. Onlangs verscheen in Nederland het laatste deel in de Fallen-serie van Lauren Kate: Extase.
28/09/2012Q&A Young Adult -
Q&A: Maureen Johnson
Maureen Johnson debuteerde vorig jaar als YA-thrillerauteur. Bij ons is Moordjaar pas net verschenen. Maureen beantwoordde onze vragen en vertelt over haar nieuwste boek.
27/08/2012Q&A Young Adult -
Q&A: Carlos Ruiz Zafon
Na De nevelprins en Het middernachtspaleis verscheen eerder dit jaar het derde YA-boek van Carlos Ruiz Zafon: Septemberlichten. Een Q&A met de bestsellerauteur.
07/08/2012Q&A Young Adult



