Het Kwaad in Mezelf - Episode 10

22/06/2012
Nieuws Het kwaad
Het Kwaad in Mezelf - Episode 10

De Maya's waren een bloeddorstig volk dat zich bezighield met astronomie en het offeren van maagden. Duizenden jaren geleden waren ze al in staat tot het maken van uiterst nauwkeurige wiskundige en astronomische berekeningen. Hun al even nauwkeurig gebleken kalender voorspelt het einde van de wereld in 2012.

Lees hier wat aan episode 10 voorafging...



EPISODE 10 • PATRICK VAN RHIJN



‘Holy shit, Van Kooten!’ Even wilde King direct weer uit de woest optrekkende Citroën springen, maar de aanblik van het voorbij zoevende asfalt hield hem tegen. ‘What the fuck doe jij hier?’
‘Alsof jij dat niet zou weten,’grijnsde de grijzende veertiger drie gouden tanden bloot terwijl hij naar zijn vijf schakelde.

‘Wat?’ King trok het portier dicht. Hij kon zijn ogen niet geloven. ‘Ben je nu toch weer Konijns klusjesman? Jij was toch helemaal klaar met die…’ Iets in King weerhield hem ervan Konijn nu voor rotte vis uit te maken.

‘Moet jij zeggen,’ zei Van Kooten, opvallend vriendelijk voor zijn doen. ‘Onvereffende rekeningen, hè. Hoeveel was het bij jou ook alweer?’ Zijn stem had nu iets spottends. ‘O ja… een tonnetje, toch?’ King keek uit het zijraam. Blijkbaar kon hij zelfs helemaal in godfreakingFrankrijk niet aan de twee grootste kwelgeesten uit zijn Haagse Schilderswijkjeugd ontsnappen. Hij beroerde onopvallend de borstzak van zijn jasje even en daarmee indirect de Bloch die daaronder nonchalant in zijn binnenzak hing. Het maakte hem iets geruster. Voor nu. In Kings hoofd drongen de afschuwelijke jeugdherinneringen zich weer op waar hij ’s nachts nog steeds wel eens van wakker schrok. Van willekeurige martelingen en mishandelingen die uren konden duren tot met een steen om zijn nek in zijn blote reet in het Zuiderpark-zwembad gelazerd worden, alleen om te zien of hij op tijd weer boven zou kunnen komen. King kneep zo hard in het deurhandvat dat zijn knokkels er paars van zagen. Even zat hij weer opgesloten in dat met benzine in brand gestoken kelderboxinferno, om maar te zwijgen over die keer met Oud en Nieuw toen hij met een autoband om zijn middel en stukken hout in zijn kleren bij wijze van offerlam in het vreugdevuur was gegooid. Zijn plaaggeesten, inclusief Konijn en Van Kooten, hadden als halve wilden om hem heen gedanst terwijl alle leuke meisjes uit de buurt toekeken.

‘Hoe heb je me gevonden?’
‘Gevonden?’ grinnikte Van Kooten. ‘Hoe raak ik je kwijt? Ik zit al vanaf de Belgische grens achter je. Lekker zooitje heb je d’r van gemaakt, niet? De halve natie is naar je op zoek.’
King keek zwijgend naar zijn plaaggeest annex redder. Die zette er inmiddels flink de vaart achter. Hij wist niet of hij nou blij moest zijn met de lift of dat dit het einde was. Hoe dan ook, die paranoiaklootzak van een Konijn had hém dus ook laten schaduwen.
‘En nu?’ vroeg King. ‘Waar gaan we heen?’

Van Kooten tikte op zijn TomTom, die op de voorruit geplakt zat.
King boog zich naar het schermpje.
‘Les Horts,’ las hij hardop. ‘Bij Béziers linksaf.’
‘Volgens Konijn zou Melis daar wel eens kunnen zitten. Had-ie van zijn zwagertje, ken je die nog?’
‘Ja, Philip Parmentier, toch? Die mafketel uit Parijs.’
‘Precies, die heeft haar aan de lijn gehad. Jij enig idee wat ze daar zou moeten?’
King haalde zijn schouders op. ‘Jij wel?’
Van Kooten grijnsde zijn ijzerwinkel bloot. ‘Ik heb met die Philip over een uur afgesproken op het terras van een bakkertje in Mons, anderhalve kilometer bij Les Horts vandaan. Nog even doorblazen en dan gaan we wat beleven.’

Hijgend, jagend, vluchtend zonder om te kijken. Katja probeerde niet meer te denken aan wat ze zojuist op haar knieën bij zowel Reinout als Sybolt had moeten doen om uit dat afschuwelijke kantoor te komen. Ze wilde nog maar één ding, of eigenlijk twee; hier weg, en terug naar King, die verknipte Haagse lieverd met zijn macho outfits en zijn veel te lange borsthaar. Haar angst voor Reinout en zijn bizarre ideeën en de close-up van Sybolts verwassen sloggi die zich op haar netvlies had gebrand, maakten dat ze alles opeens helder zag. Ze wilde King, en wel zo snel mogelijk. Wat een vergissing was het geweest om hem achter te laten, om hem te vertellen dat hij haar niet moest komen zoeken. Wat had haar bezield? Hij had gezegd dat ze dood kon vallen en – dat was het erge – dat kon ze nog begrijpen ook.

Ze rende, over ruige stenen, langs glibberige kiezelpaadjes, afgronden en zwiepende stekelstruiken. Bij iedere klap van haar instappers op de rotsen sloeg de impact dwars door de dunne zooltjes tot diep in haar kuiten, maar het deerde haar niet. Geen tijd voor pijn nu. Weg moest ze, naar beneden, naar het dal, naar de mensen, waar ze veilig zou zijn en waar ze die grote, mooie, stoere lieverd kon bellen om te zeggen dat ze meer dan ooit besefte dat ze van hem hield, dat het allemaal een vergissing was geweest – en vooral ook waar ze zat. De gekke gedachten die je kunt hebben in momenten van nood. Ze was nog niet eens definitief uit de klauwen van die psychopaten ontsnapt, of ze kon alleen maar denken aan hoe ze King voortaan zijn ruimte moest geven omdat hij dan die Marie vanzelf wel zou vergeten. Ze rende harder. Door de steile afdalingen soms bijna harder dan haar voeten konden bijhouden. Dan, opeens, een klap. Ze struikelde over iets vierkants en sloeg met haar hoofd hard op de stenen. Het voorwerp schoof een stuk met haar mee door het gruis. Wie liet hier godverdegodver nou een transistorradio rondslingeren? De antenne was geknakt en stak dreigend in haar richting. Er kwam heel zacht geruis uit de speakers. Ze krabbelde op, nam geen tijd om het stof van haar jurkje en bebloede knieën te kloppen, maar zette de radio op een rotsblok en rende verder. Shit, ze had alles te verliezen. King was gewoon een gevoelige jongen, type malle macho, maar met een brandschoon hart. Welke vent die ze kende had ooit openlijk langer dan een dag om een verloren liefde getreurd? Oké, King droeg die afzichtelijke slangenleren laarzen en hij was trots op wat hij zelf zijn Duitse pornosnor noemde, maar had hij zijn hart niet op de juiste plaats zitten? Hoe had ze zo stom kunnen zijn om dat niet te zien, eeuwige romantica die ze was. Het vuil in haar knieën begon te bijten.

‘Laat maar bloeden,’ hijgde ze tegen zichzelf. Een vreemd soort opgelatenheid vermengde zich bij iedere stap met de angst voor Reinout. Misschien was deze belachelijke trip naar de Ark dan toch érgens goed voor geweest. In de verte kon ze Mons al zien liggen. Harder moest ze, sneller. Ze kon niet meer, maar ze was er bijna. BOULANGERIE stond er op een van de typisch Zuid-Franse witte gebouwtjes. Er stonden wat gietijzeren tafeltjes en stoeltjes onder een enorme haag van paarse bougainville. Precies zoals je dat op ansichtkaarten ziet. Een winkelbelletje klingelde. Ze zag een mannetje in blauw-wit geblokte bakkerskleding net de deur van binnenuit dichtdoen. Ze probeerde te roepen, maar ze had de adem niet. Nog een meter of honderd. Ze kon niet meer. Ze hapte naar lucht en kwam tot stilstand.
‘Hé, vuile slet!’ riep iemand vlak achter haar. Ze schrok zich wezenloos. Die stem! ‘Ik maak je kapot!’

★★★ Wordt vervolgd ★★★

Reageren op dit verhaal? Bezoek het Crimezone Forum.

Episode 11, door Linda van Rijn, wordt maandag 25 juni gepubliceeerd.

PRIJSVRAAG
In deze episode van Het Kwaad in Mezelf zitten drie titels van thrillers verstopt. Vind ze allemaal, noem de titel en de auteur en maak kans op een van de vele thrillerprijzen.

Klik hier voor het deelnameformulier.




DOWNLOAD HET VOLLEDIGE VERHAAL (TOT DUSVER) IN PDF-FORMAAT

Download PDF (pdf, episode 1 t/m 10)

PATRICK VAN RHIJN



PATRICK VAN RHIJN schreef drie romans alvorens hij debuteerde als YA-thrillerauteur met het goed ontvangen "Big Sister Live".



BIG SISTER LIVE (YA-thriller)

De 18-jarige Bambi is gek op zingen en droomt ervan beroemd te worden. Ze geeft zich samen met haar vriendinnen dan ook op voor een nieuwe tv-serie: Big Sister Live. Met acht andere meisjes laat ze zich voor vijftig dagen opsluiten in een afgelegen villa. Hun doen en laten wordt via tientallen camera's gevolgd. Maar als Bambi, eenmaal voor de camera's, gedwongen wordt om dingen te doen die wel erg ver gaan voor een tv-show, is dat het begin van een nachtmerrie.

Wat Bambi niet weet is dat de camera's in huis zijn verbonden met een website in plaats van een tv-station. De villa blijkt een dekmantel te zijn voor een netwerk van loverboys, die hun prooi niet zomaar laten gaan...