Het Kwaad in Mezelf - Episode 12

27/06/2012
Nieuws Het kwaad
Het Kwaad in Mezelf - Episode 12

De Maya's waren een bloeddorstig volk dat zich bezighield met astronomie en het offeren van maagden. Duizenden jaren geleden waren ze al in staat tot het maken van uiterst nauwkeurige wiskundige en astronomische berekeningen. Hun al even nauwkeurig gebleken kalender voorspelt het einde van de wereld in 2012.

Lees hier wat aan episode 12 voorafging...



EPISODE 12 • BRAM DEHOUCK



Ik volg het bloedspoor in de sneeuw. De man die het achterlaat, hoor ik niet. Alle geluid wordt overstemd door het kraken van de sneeuw onder mijn laarzen. De bloedende man is uit het zicht verdwenen. Het maakt niet uit. Ik vind hem wel. De tijd staat aan mijn zijde.
Tijd nemen, dacht ik in de auto bij Van Kooten. Ik moest de tijd nemen om alles rustig te overdenken. Want dit hield geen steek. Eerst die klojo in zijn Lancia die met zijn laatste adem murmelde over de Ark, dan Van Kooten die uit het niets opdook. Ik raakte verstrikt in een spinnenweb waaruit ik maar op één manier kon ontsnappen. Van de radar verdwijnen. Wat kon mij die Melissa nog schelen en dat belachelijke pakketje van Konijn? De klootzak vertrouwde me niet eens. Het was tijd om aan mezelf te denken. De oplossing was erg simpel.
Van Kooten had geen kauwgum in zijn mond en toch maalden zijn tanden. Hij had beter cabaretier kunnen worden, dacht ik toen ik met een fikse elleboogstoot zijn kaak brak. Gillend braakte hij bloed en tanden over het stuur. Ik sloeg mijn arm tegen zijn keel en verpletterde zijn luchtpijp. We naderden een muurtje, nog snel maakte ik zijn gordel los voor we ertegen knalden.
Airbags ploften. Gelukkig hangen Zuid-Franse muurtjes bijeen met spuug en geitenstront. Ik stapte uit de auto en klopte het stof van mijn kleren. Van Kooten lag dubbelgevouwen op het dashboard, in een lijkkleed van bebloede airbags.
Toen hoorde ik iemand gillen.
Ik herkende dat ezelsgeluid meteen.
Katja.

Had ik het ene probleem opgelost, hing het volgende al rond mijn nek, dacht ik kil als het graf. Ik troonde haar weg van de plaats van het ongeval. Snikkend vertelde ze wat er haar was overkomen in de Ark. Ik kon het gebouw zien liggen, hoog boven de laatste boomtoppen, dicht bij de eeuwige sneeuw. Haar warme lijf tegen het mijne, haar tranen op mijn T-shirt, het maakte me week.
Ze leek als twee druppels water op Marie, maar ze zou haar nooit kunnen vervangen. Marie was mijn eerste liefje na acht jaar Vreemdelingenlegioen. Beeld je in wat dat betekent voor een man die leefde op testosteron en adrenaline. Eindelijk een vrouw die het niet deed voor het geld of omdat ze gedwongen werd. Lieve Marie hielp me zelfs met de hele privédetectiveflauwekul. Tot het haar teveel werd.
Op dat moment had ik er mee moeten stoppen. Ik had samen met Marie moeten vertrekken.
Katja snoof snot op en mompelde.
‘Moord voor mij, King.’
Ze legde haar hoofd in mijn nek en fluisterde het in mijn oor.
‘Moord voor mij.’

Het allerbelangrijkste om een moord te plegen is wachten op het goede moment. En dat was precies wat we deden, Katja en ik, in ons hutje op de bergflank tussen Mons en Les Horts. Eerst wilde ik afrekenen met Konijn. Parmentier zou hem snel genoeg op de hoogte brengen van Van Kootens ongeval. Ik lag er niet van wakker, hij kwam wel naar me toe.
Daarna maakte ik komaf met die achterlijke idioten in hun Ark. Ik had het Katja beloofd.

Na een maand zag ik een mannetje van Konijn in Mons. Twee dagen later lag hij in het ravijn. Na twee weken was er een nieuw mannetje. Hij belandde bij het eerste mannetje. Er gingen nog geen vijf dagen voorbij of de derde was er. Toen ik het lijk twintig kilometer verderop in een rivier dumpte, wist ik dat Konijn nerveus begon te worden. En een nerveus Konijn lost zijn zaakjes zelf op.

Ook belangrijk als je foute dingen wil doen: pas je aan de omgeving aan. Ga niet met je vette pens van 150 kilo naast je witte Jaguar XK met een verrekijker naar een berg staan gapen. Dan krijg je gaatjes in je hoofd.
Ik maakte ook een fout. Als je een vijand onderschat, gaat het mis. Grinnikend zag ik hoe Konijn naar de Ark tuurde. In de richtkijker van het sluipschuttersgeweer zag ik het zweet blinken op zijn voorhoofd. Speurde hij zo lang om een glimp van Melissa op te vangen?
Ik besliste hem van zijn zorgen te verlossen. De kogel raakte hem in het hoofd. Hij sloeg achterover, bloedend als een rund. Maar dood was hij niet.

Twee weken lag Konijn op Intensive Care, hij ontwaakte na drie maanden coma. Nu zit hij in een muf tehuis. Als de zon schijnt, rollen ze zijn rolstoel naar buiten. Dan krijgt hij een beetje kleur.
Dat laatste kwam ik te weten toen ik het tehuis van mijn moeder belde.
‘Ze is kwiek als een jong konijn,’ lachte de verpleegster nadat ik vroeg hoe het met mijn moeder ging. ‘Ze behandelt ons nog altijd als haar hoflakeien.’
Toen fluisterde ze: ‘O ja, ze heeft één van de andere bewoners tot haar koning gekroond.’
‘Wie?’, vroeg ik.
‘Een nieuwe, pas binnen. Een rijke crimineel die neergeschoten werd in Frankrijk. Maar hij is geen gevaar, hoor. Speelt de hele dag met blokken.’

Vandaag is het de beurt aan Martini en Reinout. Al maanden kijk ik uit naar deze dag: 21 december 2012. De laatste dag waarop de wereld kan vergaan volgens hun theorie. De enige dag waarvan ik met zekerheid weet dat ze zich schuilhouden diep vanbinnen in hun Ark.

Het bloedspoor stopt bij een spar die kreunt onder het gewicht van de sneeuw. Het bakkertje ligt tegen de stam gekruld. Zijn ogen half geopend, zijn ademhaling traag. Ik voel aan zijn koude huid.
‘Slaap maar’, zeg ik. Het is zonde, de hebzucht van sommige mensen. Kon het bakkertje niet gewoon brood blijven leveren aan de Ark? Waarom moest hij ook verdovende middelen en andere rommel bezorgen? Ik had Katja beloofd ze allemaal af te maken, en ik ben een man van mijn woord. Weer een sukkelaar die uitglijdt over het slijk der aarde.

De hele omgeving kraakt nu onder de deken van sneeuw. Het is een onheilspellend gerommel, als van een roofdier, gewekt door een knagende maag en vastbesloten op jacht te gaan. Ik verlang naar Katja verderop in ons hutje.
Dan zie ik beweging bij Les Horts, en na een seconde baadt de berg in een verblindend licht.
De vijand is wakker.

★★★ Wordt vervolgd ★★★

Reageren op dit verhaal? Bezoek het Crimezone Forum.

Episode 13, door Tineke Beishuizen, wordt vrijdag 29 juni gepubliceeerd.

PRIJSVRAAG
In deze episode van Het Kwaad in Mezelf zitten drie titels van thrillers verstopt. Vind ze allemaal, noem de titel en de auteur en maak kans op een van de vele thrillerprijzen.

Klik hier voor het deelnameformulier.




DOWNLOAD HET VOLLEDIGE VERHAAL (TOT DUSVER) IN PDF-FORMAAT

Download PDF (pdf, episode 1 t/m 12)

BRAM DEHOUCK



BRAM DEHOUCK schreef geschiedenis door met zijn debuut, "De minzame moordenaar", zowel de Schaduwprijs als de Gouden Strop te winnen. Voor zijn tweede boek, "Een zomer zonder slaap", nam hij onlangs wederom de Gouden Strop in ontvangst. Eind dit jaar verschijnt "Hellekind", zijn derde thriller.



ZOMER ZONDER SLAAP

Blaashoek is een vredig dorp, waar de seizoenen vloeiend in elkaar overgaan en de mensen in saamhorigheid bij elkaar wonen. Waaien doet het er wel, en daarom worden er grote windmolens geplaatst. De energieopwekkers worden verwelkomd met een groot feest, en aanvankelijk lijken ze ook alleen maar voordelen op te leveren. Tot slager Herman Bracke de slaap niet meer kan vatten door een geluid, een irritante brom die alleen hij hoort en die afkomstig is van de molens. Zijn slapeloosheid verergert en veroorzaakt een serie gebeurtenissen die bijna alle bewoners van Blaashoek kapotmaken. Achter het leven van alledag blijken heftige emoties schuil te gaan.

Wat begint als een rustig opgebouwd verhaal over een groep dorpsbewoners, verandert in handen van wonderstilist Bram Dehouck in een bloedstollende reeks gebeurtenissen.

Crimezone: "Het is bijzonder knap hoe de auteur van uitermate gewone en vooral alledaagse mensen onvergetelijke personages heeft gemaakt met af en toe karikaturale trekken." ★★★★