De Eerste X van Gauke Andriesse

05/03/2012
Nieuws
De Eerste X van Gauke Andriesse

In De Eerste X vertellen thrillerauteurs over hun eerste keer. Persoonlijke verhalen over hun eerste stapjes als schrijver, de weg naar succes of andere eerste keren in relatie tot hun werk of het spannende boek in het algemeen... Onder redactie van Natascha van der Stelt.



Gauke Andriesse debuteerde in 2006 als detectiveschrijver Hiervoor werkte hij tien jaar als ontwikkelingseconoom in Zuid-Amerika. Sinds 2000 reist hij regelmatig naar Afrika om instellingen te ondersteunen die zich bezig houden met microkredietverstrekkingen.

In zijn debuut, De dode opdrachtopgever, maakt de lezer voor het eerst kennis met de privédetective Jager Havix. Zowel in Stilzwijgen als in De verdwenen schilderijen is een belangrijke rol weggelegd voor de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en kunstdiefstal.

Stilzwijgen werd in 2009 genomineerd voor de Gouden Strop. Twee jaar later won hij de prijs voor de Beste Nederlandstalige misdaadroman met zijn vierde Havix detective, De handen van Kalman Teller. In een interview met Crimezone vertelde Andriesse dat hij bezig is met een vijfde Havix detective, die op zijn vroegst eind dit jaar klaar is.




Het zal inmiddels een jaar of acht geleden zijn dat ik in de Slegte in Den Haag op een oud, vergeeld boekje stootte over de schildertechniek van Johannes Vermeer. Ik had toen al het nodige verzameld over Han van Meegeren en de beroemde meester die hij vervalste, maar dit was een pareltje. Een boekje van een pagina of zestig dat slechts om één onderwerp draaide: een met het oog nauwelijks waarneembaar zwart puntje, dat alleen op röntgenfoto’s te zien is.

Ik heb dat in mijn boek ‘De verdwenen schilderijen’ als volgt beschreven.

‘Als onderlaag voor de verf werd in de zeventiende eeuw loodwit gebruikt. Dat heeft de eigenschap dat het röntgenstralen niet doorlaat, met als gevolg dat de film achter het doek niet wordt belicht. Die blijft dus wit. Waar het loodwit ontbreekt, kunnen de röntgenstralen ongehinderd de achter het schilderij bevestigde film bereiken en zwart maken’

Hij zweeg terwijl ik aandachtig de foto bekeek. Ik kon echter niets vinden en toen ik hem vragend aankeek, antwoordde hij: ‘Kijkt u nog eens goed.’

Pas na lang zoeken, vond ik een minuscuul donker puntje. Zodra ik het zag, realiseerde ik me dat het zich exact bevond op de plaats van het verdwijnpunt. Ter bevestiging keek ik op naar het echte schilderij, maar ik wist al dat het klopte. In opperste verwondering keek ik Peter Kurth aan en zei: ‘Ongelooflijk. Dat één minuscuul gaatje zoveel kan vertellen.’

Hij knikte en zei: ‘Ik heb in uw doek natuurlijk geen gaatje willen maken, maar Vermeer deed dat in zijn schilderijen wel. Hij prikte een naald in het doek, door die laag loodwit heen. Later kwamen er andere lagen verf overheen en zo verdween het gaatje weer voor het blote oog. Daar was dan dus echt niets meer van te zien. Maar op een röntgenfoto is dat gaatje in de laag loodwit heel goed waarneembaar. Vermeer bevestigde aan die naald vervolgens een zogenaamd “krijtsnoer”; een met krijt ingesmeerd touwtje. Daarmee trok hij de orthogonalen die hij nodig had voor het perspectief. Daartoe liet hij het gespannen touwtje op het doek terechtkomen. De “slaglijn” die zo ontstond kon hij vervolgens met een pen of penseel overtrekken.’


Tot dat moment was ik bezig met het schrijven van een kort verhaal, maar langzaam drong het tot me door dat ik deze vondst me ook een plot had aangereikt voor een thriller.

Eén minuscuul puntje waarachter een wereld van informatie schuilgaat. De wereld is vol van dit soort ‘magisch realisme’. In de vier boeken die ik inmiddels heb geschreven, heb ik elke keer een werkelijk gebeurde affaire gekozen waarvoor geldt dat die veel magischer is dan wat een weldenkend mens kan verzinnen. Of dat nu de geschiedenis is van de Democratische Republiek Congo, het hardvochtige Restitutiebeleid van de Nederlandse regering ten opzichte van nabestaanden van slachtoffers en overlevenden van de Holocaust, de gevolgen van de legalisering van de prostitutie in ons land, of een mevrouw die slachtoffer is van een verkeerd uitgevoerde medische ingreep en al meer dan twintig jaar lang tevergeefs strijd om haar gelijk te krijgen.
Verhalen die het verdienen verteld te worden, vaak ook omdat ik begaan ben met leed van de mensen die erin verwikkeld zijn geraakt. Om dat te doen, heb ik gekozen voor de vorm van het spannende verhaal, met één terugkerende hoofdpersoon. Inmiddels is dat iemand geworden waarin ik veel herken van wat ik zoal om me heen zie: ‘We staan in onze eigen schaduw en vragen ons af waarom het donker is.’

Toen ik met mijn eerste twee manuscripten ‘De dode opdrachtgever’ en ‘De verdwenen schilderijen’ binnenstapte bij Uitgeverij Atlas, moest veel daarvan zich natuurlijk nog ontwikkelen.

Emile Brugman, niet bepaald iemand die lang van stof is, zag er echter wel iets in en kwam snel ter zake: ‘Wij willen dit graag uitgeven.’

Gauke Andriesse





De handen van Kalman Teller (2010)

Als de jonge Mira Roes in het ziekenhuis slachtoffer wordt van een verkeerd uitgevoerde medische ingreep, is dat voor haar en haar man Frederik het begin van een tien jaar durende lijdensweg langs tal van medische beroepsorganen en gerechtelijke instanties. Ondanks haar ernstige verminkingen vallen de rechterlijke uitspraken keer op keer in haar nadeel uit en lijkt het er steeds meer op dat de schuldige de hand boven het hoofd wordt gehouden. Als haar zaak hopeloos is vastgelopen, besluit haar protegé, de vermogende Joodse zakenman Kalman Teller, de hulp in te roepen van de Amsterdamse privédetective Jager Havix. Wanneer Havix een belangrijke getuige weet op te sporen, wordt deze echter op beestachtige wijze vermoord. Hiermee loopt het spoor dood. Maar Kalman Teller laat Havix niet meer met rust. Waarom is hij zo vasthoudend en wat is er waar van de geruchten dat deze overlevende van de Holocaust zo’n teruggetrokken bestaan leidt, omdat hij iets heeft te verbergen?







Ook in De Eerste X van...