De Eerste X van Mel Wallis de Vries

Login om te reageren.
De Eerste X van Mel Wallis de Vries

In De Eerste X vertellen thrillerauteurs over hun eerste keer. Persoonlijke verhalen over hun eerste stapjes als schrijver, de weg naar succes of andere eerste keren in relatie tot hun werk of het spannende boek in het algemeen... Onder redactie van Natascha van der Stelt.



In een paar jaar tijd is Mel Wallis de Vries een van de populairste schrijvers van jeugdthrillers geworden. En dat is geen wonder want haar boeken zouden stuk voor stuk echt gebeurd kunnen zijn. Je leest ze achter elkaar uit zo razendsnel zijn ze geschreven. In een interview vertelde Mel Wallis de Vries dat ze als tiener graag thrillers las. Helaas gingen die alleen over volwassenen en niet over tieners. Daarom hebben haar thrillers altijd tieners in de hoofdrol. Haar boeken gaan over gewone meiden en jongens die spannende dingen meemaken, zoals verdwijningen, bedrog, achtervolgingen door enge mannen en nachtmerries die wel of niet echt zijn. Maar ook over ‘gewoon’ pubergedoe: liefde, vriendschap en verraad.



Beroemd zou ik worden. Een bestselling auteur van miljoenen boeken. In binnen- en buitenland. Dat wist ik al vanaf mijn zesde. Dat ik inmiddels 24 was en marketing-assistent van een waspoedermerk, en elke dag de supermarkten af reed om te kijken of mijn waspoeder wel mooi in de schappen stond, was slechts een kwestie van geld. Mijn moment zou snel komen. Ik moest alleen de tijd vinden om een boek te schrijven. Dan zou mijn doorbraak een feit zijn.
En toen deed de kans zich voor. Ik kreeg een andere baan en had zes weken vrij. Eindelijk had ik de tijd om mijn boek te schrijven. Ik vertelde het aan iedereen die maar wilde luisteren: ‘Ik ben in between jobs en ga een boek schrijven.’
‘Is dat wel handig?’ vroeg mijn vriend. ‘Wat nou als het niet lukt? Ik bedoel, je hebt nog nooit een boek geschreven. Als het zo makkelijk is als jij denkt, dan had half Nederland allang een boek uitgegeven.’
Ik had naar hem moeten luisteren. Ik had hem moeten bedanken voor zijn wijze woorden. Ik had samen met hem moeten lachen om mijn dwaze plan om een boek in zes weken te gaan schrijven. Maar wat deed ik? Ik zei: ‘Hou je mond, bemoei je er niet mee.’

De eerste dag van mijn mini-sabbatical zat ik met hooggespannen verwachtingen achter mijn computer. Ik kan me het wit van het computerscherm nog herinneren. Het leek bijna een magisch licht, ik moest er maar naar blijven kijken. Op dat wit zou mijn nieuwe leven gaan beginnen. Dit is trouwens ook het drama van konijnen die de weg oversteken. Ze zien een prachtig licht dat steeds dichterbij komt. Als betoverd blijven ze kijken naar de koplampen. In het licht zien ze een nieuw leven. Beloftes van akkers vol met sla en worteltjes. En dan… Klap! Boem! Weg konijn. Weg dromen.
Ik zag het gevaar ook niet aankomen. Ergens was ik nog wel realistisch: een dikke pil van driehonderd pagina’s was niet haalbaar in zes weken. Ik zou een boek voor kleuters gaan schrijven! Een paar rijmende zinnetjes, hoe moeilijk kon dat zijn? En de illustraties bij het verhaal, ach, die zou ik ook wel even maken. Ten slotte kon ik heel aardig tekenen. Vond ik zelf.
Na zes weken was het boek klaar: 20 pagina’s en 10 tekeningen. De titel was: Splinter laat een scheetje. En dat deed Splinter overal en altijd: in bad, onder het eten, op school, in bed.
‘Hilarisch,’ zeiden mijn vriendinnen die het lazen.
‘Zo verfrissend anders,’ zei mijn broer.
‘Ik wist niet dat je zo goed kon tekenen,’ riep mijn onderbuurvrouw.
‘Hoe ga je het nu verder aanpakken?’ vroeg mijn vriend.
Via internet kwam ik op een manuscriptbeoordelingsbureau. Niet dat ik vond dat ik hulp nodig had. Maar ik had op hun website gelezen dat de beste manuscripten doorgestuurd werden naar een uitgever. Dat zag ik wel zitten! Ik twijfelde er niet aan dat mijn manuscript eruit gepikt zou worden. Keurig ingebonden heb ik het opgestuurd.

Na weken wachten viel er een grote, gele envelop op de deurmat. Het konijn in mij was terug: ik zag het licht weer! Nu ging het gebeuren! Trillend scheurde ik de envelop open. Mijn manuscript kwam eruit, en een keurig getypt rapportje.
Helaas niet goed genoeg… Karakters niet uitgewerkt… Geen verhaalopbouw… Illustraties voegen niks toe…
Klap! Boem! De auto reed in volle vaart over me heen. Niet goed genoeg?!? Weken heb ik moeten herstellen. Mijn gedachten zochten een reddingsboei, iets om me aan vast te klampen, iets om te blijven geloven in mijn droom. Uiteindelijk vond ik die: die man van het bureau was een prutser! Het lag aan hem, niet aan mij! Hij had een briljante schrijfster laten lopen! Wat een eikel! Boos heb ik het rapport in een bureaula gegooid, om er nooit meer naar te kijken.
Wat ging er mis? Ik zou kunnen zeggen: prentenboeken zijn mijn genre niet. Er ging niemand in dood. Er was geen moordenaar, geen geflipte psychopaat. Er waren alleen maar kleuters die scheetjes lieten. Maar dan zou ik liegen. Toevallig heb ik het rapportje laatst weer gelezen toen het boven water kwam bij onze verhuizing. Dit keer voelde ik me geen konijn, maar een gans. Een domme gans. Die man had gelijk. Op bijna alle punten. Maar toen wilde ik het niet zien.
In de jaren daarna ben ik blijven dromen, terwijl ik weer langs alle supermarkten reed om mijn waspoeder te promoten. Pas na zeven jaar durfde ik opnieuw een poging te wagen. Dit keer koos ik een onderwerp dat me na aan het hart lag: een spannend verhaal voor tieners. Dit keer werkte ik de karakters van tevoren uit. Dit keer maakte ik een zeer gedegen verhaalopbouw. En dit keer was ik heel onzeker. Ik was zo bang voor de grote, gele envelop die hoogstwaarschijnlijk weer zou komen.
Maar hij kwam niet.
Ik werd gebeld door een uitgever.
Of ik wilde langskomen. Want ze wilden mijn jeugdthriller gaan uitgeven.
Zeven jeugdthrillers ben ik verder. Boven mijn bureau hangt een ingelijste tekening van het prentenboekje. Om me te herinneren aan het feit dat boeken schrijven niet vanzelf gaat.

Nederigheid en discipline, daar draait het om. Misschien moet ik die man van dat beoordelingsbureau nog maar eens een briefje sturen. Om te bedanken.



Mel Wallis de Vries





Zojuist verscheen de zevende jeugdthriller van Mel Wallis de Vries. In Verstriktkrijgen de vriendinnen Lara en Maud een ongeluk. Lara komt langzaam bij, alles is zwart om haar heen. Ze kan niet ontsnappen uit het zwart. Lara vraagt zich af van wie de stemmen zijn die ze hoort. Langzaam komen haar herinneringen terug en realiseert ze zich dat haar vriendin Maud in gevaar is. Ze moet haar zo snel mogelijk waarschuwen maar hoe gaat dat haar ooit lukken?




Verstrikt | Mel Wallis de Vries | ISBN 9789026129148 | 2011 | De Fontein




Andere Eerste Keren: