Interview Michiel Stroink

09/03/2012
Nieuws Interview
Interview Michiel Stroink


Een debuut waarvan ik niks meer in huis kreeg dan de drukproef zonder flaptekst. Dus zonder voorkennis en met een open mind gelezen. Eerst leek het een inside verhaal uit een TBS kliniek, want er wordt loepzuiver beschreven hoe het in zo'n kliniek reilt en zeilt. Verveling, gepsychologiseer, opportunisme en sleur, het is allemaal heel invoelbaar genoteerd. Dit moet wel true crime zijn, was mijn conclusie. Tot er een kentering kwam in de vorm van een thrillerelement: directie doet in gestolen kunst en ‘cliënt’ cq gevangene is de dupe. De gevangene moet opboksen tegen een systeem dat op het eerste gezicht uiterst vijandig lijkt, maar later weet de schrijver er zo'n draai aan te geven dat je gaat geloven dat het systeem wel degelijk werkt. Dan is er nog een plot, waar ik niks over zeg, maar die wel leidt tot een daverende apotheose.

Het boek is excellent geschreven, en de schrijver is geen TBS-er. Inmiddels is de derde druk verschenen. Niet gek voor een boek dat nog maar een maand in de handel is. Ik stelde Michiel Stroink een paar vragen per email en we hadden een kort gesprek.

TEKST: FEIJE WIERINGA




Stel dat je een delinquent was, koos je dan voor de gevangenis of wordt het een kliniek?
‘De meeste TBS-patiënten zitten daar omdat ze echt geen keus hebben. Ze zijn ziek; naar de maatstaven van onze maatschappij, maar ook voor hun eigen gevoel. Ze willen graag beter worden en op een normale manier kunnen meedraaien in de maatschappij. Zodra je dus in staat bent om te kiezen betekent het dat je geen last hebt van dit dilemma.

Als ik zou moeten kiezen zou ik voor een gevangenisstraf kiezen. Je wordt psychisch volledig doorgezaagd in een kliniek en ik ben ervan overtuigd dat er in ieder mens wel een klein schroefje los zit. Sommige mensen kunnen goed omgaan met dit mankement en gedijen heel erg goed op die manier. Ik kan me zo voorstellen dat er hier en daar een aantal directeuren rondlopen in ons land die met hun narcisme in hun dagelijkse praktijk prima uit de voeten kunnen.’


SPANNINGSVELD

Hoe kundig zijn de gemiddelde TBS specialisten (psychiaters e.d)?
‘Er loopt een groot aantal deskundigen rond in een kliniek. Allemaal hebben ze een mening en allemaal brengen ze een bepaald soort bagage mee om die mening te onderbouwen. Ik kan die bagage en hun kundigheid moeilijk beoordelen. Ik kreeg de kans om vierenhalf jaar als een toeschouwer rond te lopen in deze omgeving. Het is lastig om te zeggen of de absurditeit nu ontstaat vanuit de patiëntenpopulatie of de altijd oordelende begeleiding. Het spanningsveld daartussen heeft in elk geval veel voeding geboden voor mijn roman. Maar het blijft psychologie en psychologen hebben niet altijd de wijsheid in pacht. Oordelen is niet altijd objectief.’

Macht speelt ook een grote rol in je boek.
‘Macht fascineert me. En vooral in een TBS kliniek wordt je geconfronteerd met de meest pure vormen van macht en manipulatie. Eigenlijk is manipuleren niks anders dan het uitvoeren van macht. De behandelaars gebruiken het net zo als de patiënten het gebruiken.’




MICROKOSMOS

Het lijkt alsof je jaren intensief in zo'n kliniek werkte.
‘Dank je. Maar ik heb er maar een jaar of vier een dagdeel per week les gegeven. Voornamelijk taal. Wat ik wel gedaan heb is goed observeren. Dat heb ik van nature in me. In die vier jaar heb ik genoeg gezien om mijn boek te maken.’

Voor de lezer komt je verblijf als aanmerkelijk langer over.
‘Dat is een kwestie van kijken en inleven van mijn kant. Vier jaar is natuurlijk niet niks en je wordt dan als het ware een deeltje in die microkosmos, die zo'n kliniek in feite is.’

Over microkosmos gesproken. Je hoofdpersoon houdt er een mierenkolonie op na.
‘Tsja, niet zo gek dat iemand in zo'n klein wereldje een eigen wereld wil scheppen. En dan is zo'n mierenkolonie een soort metafoor voor de echte wereld. Ik heb het gegeven gebruikt omdat er mensen zijn die zulke hobby's hebben en ik vond het gegeven mooi in de roman passen. En het gaat weer over macht.’

ZIEK

Is het maatschappelijk vooroordeel van o.a. de PVV ten aanzien van TBS te nuanceren?
‘Ik heb me weleens laten vertellen dat slechts een deel van de patiënten volledig geneest in een kliniek. Dat betekent dat het overige deel voor altijd vastzit, of recidiveert. Dat is een schrikbarende gedachte, maar het alternatief vind ik enger.

Als je ervan uitgaat dat de bewoners van zo’n kliniek echt ziek zijn en er bestaat een kans op genezing dan vind ik het een menselijke plicht om er alles aan te doen ze beter te maken. Moet je anders een levenslange gevangenisstraf invoeren en ze onterecht een kans op een normaal leven misgunnen? Het systeem is verre van volmaakt, maar zolang het bestaat kan het verbeteren. De humanistische filosofie erachter hang ik aan.’

Denk je dat elke TBS er terecht in de kliniek zit?
‘Ik denk dat er zeker een percentage TBS’ers is dat onterecht in een kliniek zit. Ik heb daar wel een aantal schrijnende verhalen over gehoord.’

Noem eens een paar voorbeelden.
‘Kan ik niet doen. Spreek me over een paar jaar nog maar een keer, maar dan off the record. Maar dat er gevallen als Lucia de B. en de Puttense moordzaak zijn geweest spreekt boekdelen. Ik denk dat we het dan nog maar over het topje van een ijsberg hebben.’


LEVENSLANG

Wat vind je van het feit dat advocaten TBS nogal eens afraden?
‘TBS is, wat mij betreft, de zwaarste strafmaat die we kennen in Nederland. Wanneer je niet geneest van de geconstateerde stoornis en dus een gevaar voor jezelf of de maatschappij blijft vormen, kom je nooit uit die kliniek (absoluut levenslang dus, of long stay in het jargon). Mensen met een stoornis die zelf niet inzien dat ze geholpen moeten worden (psychopaten bijvoorbeeld) zullen eerder vrijkomen als ze kiezen voor een gevangenisstraf. Dat advocaten hier een advies in geven, kan ik begrijpen. Dat vraagstuk heeft meer te maken met rechtsethiek.’

Wat was jouw functie in zo’n kliniek?
‘Ik kwam in de kliniek werken toen ik eerstejaars student (literatuurwetenschappen) was. Ik ging daar werken als hulpdocent. De kliniek heeft een onderwijsafdeling. Sommige patiënten volgen een opleiding variërend van een vakopleiding tot havo en zelfs hbo. Ik gaf de patiënten een op een bijles in de vakken: Nederlands, Maatschappijleer en Geschiedenis. Je zit dan in een kleine ruimte tegenover je ‘leerling’, verder is er niemand bij en met twee schoolboeken werk je naar een diploma toe. Ondertussen leer je de patiënten kennen. De sfeer is zelden gevaarlijk. Ze kijken naar je op, want ze zien jou als een “gewoon” mens. Zo willen zij ook zijn en de meeste patiënten nemen gretig alles op.’

Je werkt inmiddels aan een ander boek?
‘Gaat over ondermeer gokken en een chirurg. Iets heel anders dus. Maar schiet al mooi op.’

Je schrijft snel?
‘Mijn debuut heb ik in vier weken geschreven. Maar wel vier jaar research dus. En ik had de comfortabel positie dat ik niet met mijn boek hoefde te leuren, maar de keuze had tussen verschillende uitgevers.’