De cultus van de dood
Thriller auteur
Thriller details
De cultus van de dood
(These Dark Things, 2012)
Als een jonge studente dood wordt gevonden in de catacomben van een kerk, wordt rechercheur Natalia Monte van de carabinieri op de zaak gezet. Wat is de link tussen de studente en de camorra? Wat betekent het feit dat zij haar specialisatie wijdde aan een collectie mysterieuze relikwieëndoosjes? Terwijl Natalia de zaak onderzoekt, gaan de lokale maffiagroeperingen onderling de strijd aan over vuilverwerkingscontracten. Ondertussen stapelt het vuilnis zich op in de straten van Napels.
Recensie
Een combinatie van een sterke politieroman en de meest sfeervolle en informatieve reisgids van Napels ooit geschreven.
Het is wonderlijk, maar de meest succesvolle thrillers die zich in Italië afspelen zijn door buitenlanders geschreven. Zo spelen alle thrillers van de Amerikaanse schrijfster Donna Leon zich af in Venetië, die van de Engelsman David Hewson in Rome en die van de overleden Engelsman Michael Dibdin van Sardinië tot de Italiaanse Alpen. Sinds kort kan aan dit rijtje de naam van de Amerikaanse debutante Jan Merete Weiss worden toegevoegd. De cultus van de dood, het eerste deel van haar serie rond de jonge rechercheur Natalia Monte, speelt zich volledig af in het zuidelijke Napels.
Het verhaal begint met Gina Falcone, een 80-jarige bottenwasser, die op een dag in de grafkelder van een kerk het lijk aantreft van een beeldschone jonge vrouw die door messteken om het leven is gebracht. Kapitein Natalia Monte en haar assistent Pino Loriano van de carabinieri ontdekken dat het meisje de Duitse Teresa Steiner was die studeerde aan de universiteit van Napels. Nader onderzoek leert dat zij een kortstondige verhouding had met haar professor Marco Lattanza en dat zij bovendien goed bevriend was met Aldo Gambini, een van de kopstukken van de Napolitaanse camorra. Zij moest in zijn opdracht de giften ophalen die in de kerkkapellen waren achtergelaten. Maar ook de bijna blinde monnik Benito, met wie Teresa vlak voor haar dood werd gesignaleerd, lijkt uitzonderlijk gehecht te zijn aan de dode studente. Natalia en Pino balanceren op de rand van de afgrond als het onderzoek hen leidt naar mensen die gelieerd zijn aan de meedogenloze camorra. Dat nog tijdens het onderzoek de strijd losbarst tussen diverse lokale maffiagroeperingen rond lucratieve vuilverwerkingcontracten, maakt de zaak er niet gemakkelijker op.
J.M.Weiss is niet alleen naar Napels gegaan om daarna te sterven, maar om er te wonen, ze grondig te bestuderen en daarna in gloedvolle bewoordingen getuigenis af te leggen van haar diepe liefde voor de stad en haar bewoners. Met Natalia Monte heeft zij een hoofdpersoon geïntroduceerd die Napolitaanse is in hart en nieren. Ze kent de bakker, de priester, de marktkooplieden, de zonen en neven van het hoofd van de camorra. Ze heeft met hen op school gezeten en op straat gespeeld. Haar beste vriendin Lola is zelfs getrouwd met een voetsoldaat van de camorra. Natalia kent de moraal, het bijgeloof, de dodencultus en de gevoeligheden uit bepaalde wijken van de stad. Het feit dat zij een zwarte zwaan is in de machowereld van de politie deert haar niet. Zij is een keiharde, maar begripvolle vrouw die moeiteloos samenwerkt met haar rechterhand Pino, een excentrieke politieman die boeddhist is en weigert auto te rijden.
Napels is met haar rijke cultuur en historie een personage op zich. Op schilderachtige wijze verbeeldt Weiss de stad met haar smalle steegjes, waslijnen met ondergoed tussen de huizen, het afbladderende stucwerk van de muren en het zich hoog opstapelende, rottende afval in de straten. En, ondanks de puinhoop die de mens ervan maakt, toch die beeldschone baai van Napels die eeuwenlang heeft geïnspireerd tot het maken van gedichten en schilderijen. De schoonheid achter de lelijkheid. Al die facetten, maar ook de geschiedenis, cultuur, religie, misdaad, politiek, drama en een vleugje romantiek worden door J.M. Weiss behendig door het verhaal geweven. Niet alleen als decoratie. Ze maken wezenlijk onderdeel uit van de sterke plot. De lezer van De cultus van de dood, ziet, voelt, ruikt en proeft Napels. De lezer wordt als het ware in de rol van ooggetuige gedwongen. En dat is bijzonder knap gedaan van Weiss.
Het resultaat is dat De cultus van de dood leest als een combinatie van een sterke politieroman en de meest sfeervolle en informatieve reisgids van Napels ooit geschreven. Alle achtergrondgegevens versterken de karakters in hoge mate en maken duidelijk waarom de personages handelen zoals ze handelen. De enigen die we soms minder begrijpen zijn Natalia en Pino, want de camorra vermoordt probleemloos alle agenten, rechters en zelfs hele gezinnen die hen tegenwerken. Zij gedraagt zich als een tweede regering, een misdadige macht waar de politie nooit tegenop kan boksen. Het lijkt een hopeloze en gevaarlijke zaak om in Napels voor gerechtigheid te vechten. Toch schrikken Natalia Monte en Pino daar niet voor terug. Dat maakt het underdogduo zo sympathiek, dat het zonder twijfel een gouden toekomst tegemoet gaat. Twee originele en verfrissende misdaadbestrijders in een corrupte en kleurrijke stad vol tegenstellingen. Het kan niet missen.
Het verhaal begint met Gina Falcone, een 80-jarige bottenwasser, die op een dag in de grafkelder van een kerk het lijk aantreft van een beeldschone jonge vrouw die door messteken om het leven is gebracht. Kapitein Natalia Monte en haar assistent Pino Loriano van de carabinieri ontdekken dat het meisje de Duitse Teresa Steiner was die studeerde aan de universiteit van Napels. Nader onderzoek leert dat zij een kortstondige verhouding had met haar professor Marco Lattanza en dat zij bovendien goed bevriend was met Aldo Gambini, een van de kopstukken van de Napolitaanse camorra. Zij moest in zijn opdracht de giften ophalen die in de kerkkapellen waren achtergelaten. Maar ook de bijna blinde monnik Benito, met wie Teresa vlak voor haar dood werd gesignaleerd, lijkt uitzonderlijk gehecht te zijn aan de dode studente. Natalia en Pino balanceren op de rand van de afgrond als het onderzoek hen leidt naar mensen die gelieerd zijn aan de meedogenloze camorra. Dat nog tijdens het onderzoek de strijd losbarst tussen diverse lokale maffiagroeperingen rond lucratieve vuilverwerkingcontracten, maakt de zaak er niet gemakkelijker op.
J.M.Weiss is niet alleen naar Napels gegaan om daarna te sterven, maar om er te wonen, ze grondig te bestuderen en daarna in gloedvolle bewoordingen getuigenis af te leggen van haar diepe liefde voor de stad en haar bewoners. Met Natalia Monte heeft zij een hoofdpersoon geïntroduceerd die Napolitaanse is in hart en nieren. Ze kent de bakker, de priester, de marktkooplieden, de zonen en neven van het hoofd van de camorra. Ze heeft met hen op school gezeten en op straat gespeeld. Haar beste vriendin Lola is zelfs getrouwd met een voetsoldaat van de camorra. Natalia kent de moraal, het bijgeloof, de dodencultus en de gevoeligheden uit bepaalde wijken van de stad. Het feit dat zij een zwarte zwaan is in de machowereld van de politie deert haar niet. Zij is een keiharde, maar begripvolle vrouw die moeiteloos samenwerkt met haar rechterhand Pino, een excentrieke politieman die boeddhist is en weigert auto te rijden.
Napels is met haar rijke cultuur en historie een personage op zich. Op schilderachtige wijze verbeeldt Weiss de stad met haar smalle steegjes, waslijnen met ondergoed tussen de huizen, het afbladderende stucwerk van de muren en het zich hoog opstapelende, rottende afval in de straten. En, ondanks de puinhoop die de mens ervan maakt, toch die beeldschone baai van Napels die eeuwenlang heeft geïnspireerd tot het maken van gedichten en schilderijen. De schoonheid achter de lelijkheid. Al die facetten, maar ook de geschiedenis, cultuur, religie, misdaad, politiek, drama en een vleugje romantiek worden door J.M. Weiss behendig door het verhaal geweven. Niet alleen als decoratie. Ze maken wezenlijk onderdeel uit van de sterke plot. De lezer van De cultus van de dood, ziet, voelt, ruikt en proeft Napels. De lezer wordt als het ware in de rol van ooggetuige gedwongen. En dat is bijzonder knap gedaan van Weiss.
Het resultaat is dat De cultus van de dood leest als een combinatie van een sterke politieroman en de meest sfeervolle en informatieve reisgids van Napels ooit geschreven. Alle achtergrondgegevens versterken de karakters in hoge mate en maken duidelijk waarom de personages handelen zoals ze handelen. De enigen die we soms minder begrijpen zijn Natalia en Pino, want de camorra vermoordt probleemloos alle agenten, rechters en zelfs hele gezinnen die hen tegenwerken. Zij gedraagt zich als een tweede regering, een misdadige macht waar de politie nooit tegenop kan boksen. Het lijkt een hopeloze en gevaarlijke zaak om in Napels voor gerechtigheid te vechten. Toch schrikken Natalia Monte en Pino daar niet voor terug. Dat maakt het underdogduo zo sympathiek, dat het zonder twijfel een gouden toekomst tegemoet gaat. Twee originele en verfrissende misdaadbestrijders in een corrupte en kleurrijke stad vol tegenstellingen. Het kan niet missen.
13/12/2012
Login om een recensie te schrijven. Geen login? Registreer je dan.

