Iris was haar naam
Thriller auteur
Thriller details
Iris was haar naam
(2011)
Liese heeft een grote stap gezet: ze is commissaris geworden bij de Crim, de moordbrigade van de federale politie. Het team van Liese bestaat uit Niels Hoogvliet, Sura Droste en Christophe Dayez. Natuurlijk houdt zij haar boon voor kunstcriminaliteit. Niet voor niets is de estheet Simon de Veere haar vriend. Op een late zondagochtend komen Liese en Sura samen op de Bundersdreef in het Zoniënwoud waar boswachter Raes een lijk gevonden heeft. Het blijkt te gaan om René Molenveld, kolonel bij de NAVO. Het onderzoek voert Liese naar Frank Vervaet, een oude vriend uit het leger. Hij woont aan de rand van het bos en heeft geen sluitend alibi, ofschoon zijn invalide vrouw zegt dat hij op de dag van de moord onafgebroken voor haar gezorgd heeft. Liese voelt een onderhuidse spanning bij het koppel. Haar aandacht is vooral gewekt wanneer zij verneemt dat Frank onlangs zwaar toegetakeld is geweest. Een week voor de moord is Frank ook nog met René gezien. Wat verbergt Vervaet en wat is de link tussen hem, Molenveld en Patrick Bauwens, wiens lijk ook in het Zoniënwoud aangetroffen wordt? Bauwens draagt een stukje papier bij zich met daarop de tekst: ‘Iris was haar naam.’ Iris blijkt een meisje dat drie jaar geleden spoorloos verdwenen is.
Recensie
Als Toni Coppers de spanningsboog nog wat strakker zou kunnen aantrekken, hebben we spoedig een viersterrenauteur van eigen bodem.
De naam Toni Coppers krijgt stilaan een eigen weerklank in thrillerland. De man is een creatief projectleider bij de VRT, maar ook literair lijkt hij niet voor één gat te vangen. Hij waagde zich al aan reisgidsen, satire en thrillers. In dat laatste segment zit hij aan boek nummer vier. Twee van zijn vorige thrillers werden genomineerd voor de Hercule Poirotprijs en de Diamanten Kogel. Toni Coppers wordt gaandeweg een gevestigde waarde. Het zal wellicht niet lang meer duren tot Vlaanderen en Nederland hem erkennen als grootmeester in wording.
Dat gevoel overheerst bij lezing van Iris was haar naam. In dit vierde boek rond Liese Meerhout heeft zij de onafwendbare overstap gemaakt van Kunstcriminaliteit naar de Moordsectie. Hoewel Coppers zich bij de opbouw van zijn serie zeker heeft voorgenomen om langs alle clichés te laveren, zal hij beseft hebben dat niet bij elke diefstal van een kunstwerk een moord kan horen en dat hij anders daarmee zijn eigen cliché zou creëren. En vermits een thriller inspeelt op de duistere gevoelens van de lezer is de transfer van Liese naar de moordsectie helemaal geen ongelukkige zet.
Slim als hij is, smokkelt Coppers dan maar meteen tal van interne wrijvingen in het verhaal. Vanzelfsprekend wordt de nieuwe commissaris door haar manschappen gewikt en gewogen, en zeker in het geval van een intuïtieve, kwetsbare vrouw als Liese. Wanneer het onderzoek blijft aanslepen en de twijfel binnen de recherche toeslaat, voelt Liese het onuitgesproken wantrouwen van haar team en haar leidinggevenden.
In deze zaak draait alles rond twee doden in het Zoniënwoud, waarbij een link wordt gelegd naar een verdwenen meisje van 13. De eerste was een kolonel van de NAVO, de tweede een obscure garagist in tweedehandse wagens. Toch blijkt er een connectie, zeker als die garagist wordt gevonden met een iris in zijn handen. Dat laatste is er wat over, want hoewel de bloem een beslissend spoor wordt in het onderzoek wringt het wat met het motief dat later aan bod komt.
De afwikkeling van de plot wordt lang verborgen gehouden voor de lezer. De subplot - Bauwens blijkt zich in te laten met kinderporno - is eerder misleidend dan cruciaal. Coppers kan dat kinderlijden heel rauw brengen, maar het is een teleurstelling dat hij daarmee niets aanvangt wanneer de climax eraan komt. Het aspect thriller lijkt overigens wat ondergeschikt voor de auteur. Hij hecht meer belang aan sfeer en karakter. Daarin zit dan ook de grote meerwaarde van deze boeken rond Liese Meerhout. Coppers toont dat hij mensen goed kan bestuderen en hun kleine kantjes al dan niet grimmig bloot kan leggen. Liese is een onzekere vrouw, wars van structuur en branie, maar met plussen op het vlak van intuïtie en gevoeligheid. Sidekick Sura, een veertigjarige moeder van twee kinderen, is een stuk doortastender dan Liese en helpt haar ook met de acclimatisatie in het team. Dit vrouwelijke duo hanteert een andere manier van redeneren dan vele mannelijke rechercheurs uit tal van andere boeken. Alleen daarom verdient Coppers zijn prominente plaats in de Nederlandstalige thrillerliteratuur.
Toch komen in Iris was haar naam ook de mannen aan bod. Niet noodzakelijk als kneusjes en doetjes, er zitten ook knappe typetjes bij. Collega’s Niels Hoogvliet en Christophe Dayez zijn de pispalen van dienst, hoofdcommissaris Derhuwé speelt de trouwe toeverlaat. Mich Vermeylen, de opvolger van Liese bij Kunstcriminaliteit, heeft dan weer losse handjes, waardoor Liese’s relatie met Simon dreigt spaak te lopen. Simon de Vere verdwijnt ten opzichte van de vorige boeken wat naar de achtergrond, maar hij blijft de connectie met het kunstverleden van Liese.
Kortom, Iris was haar naam ademt menselijkheid uit, de dialogen lijken levensecht. Tussendoor prikkelt Coppers de lezer met politieke beschouwingen, absurde taaltoestanden in Brussel, moppen met een baard en sfeerbeelden uit het Zoniënwoud. De man amuseert zich als hij schrijft. Als Toni Coppers de spanningsboog nog wat strakker zou kunnen aantrekken, hebben we spoedig een viersterrenauteur van eigen bodem.
Dat gevoel overheerst bij lezing van Iris was haar naam. In dit vierde boek rond Liese Meerhout heeft zij de onafwendbare overstap gemaakt van Kunstcriminaliteit naar de Moordsectie. Hoewel Coppers zich bij de opbouw van zijn serie zeker heeft voorgenomen om langs alle clichés te laveren, zal hij beseft hebben dat niet bij elke diefstal van een kunstwerk een moord kan horen en dat hij anders daarmee zijn eigen cliché zou creëren. En vermits een thriller inspeelt op de duistere gevoelens van de lezer is de transfer van Liese naar de moordsectie helemaal geen ongelukkige zet.
Slim als hij is, smokkelt Coppers dan maar meteen tal van interne wrijvingen in het verhaal. Vanzelfsprekend wordt de nieuwe commissaris door haar manschappen gewikt en gewogen, en zeker in het geval van een intuïtieve, kwetsbare vrouw als Liese. Wanneer het onderzoek blijft aanslepen en de twijfel binnen de recherche toeslaat, voelt Liese het onuitgesproken wantrouwen van haar team en haar leidinggevenden.
In deze zaak draait alles rond twee doden in het Zoniënwoud, waarbij een link wordt gelegd naar een verdwenen meisje van 13. De eerste was een kolonel van de NAVO, de tweede een obscure garagist in tweedehandse wagens. Toch blijkt er een connectie, zeker als die garagist wordt gevonden met een iris in zijn handen. Dat laatste is er wat over, want hoewel de bloem een beslissend spoor wordt in het onderzoek wringt het wat met het motief dat later aan bod komt.
De afwikkeling van de plot wordt lang verborgen gehouden voor de lezer. De subplot - Bauwens blijkt zich in te laten met kinderporno - is eerder misleidend dan cruciaal. Coppers kan dat kinderlijden heel rauw brengen, maar het is een teleurstelling dat hij daarmee niets aanvangt wanneer de climax eraan komt. Het aspect thriller lijkt overigens wat ondergeschikt voor de auteur. Hij hecht meer belang aan sfeer en karakter. Daarin zit dan ook de grote meerwaarde van deze boeken rond Liese Meerhout. Coppers toont dat hij mensen goed kan bestuderen en hun kleine kantjes al dan niet grimmig bloot kan leggen. Liese is een onzekere vrouw, wars van structuur en branie, maar met plussen op het vlak van intuïtie en gevoeligheid. Sidekick Sura, een veertigjarige moeder van twee kinderen, is een stuk doortastender dan Liese en helpt haar ook met de acclimatisatie in het team. Dit vrouwelijke duo hanteert een andere manier van redeneren dan vele mannelijke rechercheurs uit tal van andere boeken. Alleen daarom verdient Coppers zijn prominente plaats in de Nederlandstalige thrillerliteratuur.
Toch komen in Iris was haar naam ook de mannen aan bod. Niet noodzakelijk als kneusjes en doetjes, er zitten ook knappe typetjes bij. Collega’s Niels Hoogvliet en Christophe Dayez zijn de pispalen van dienst, hoofdcommissaris Derhuwé speelt de trouwe toeverlaat. Mich Vermeylen, de opvolger van Liese bij Kunstcriminaliteit, heeft dan weer losse handjes, waardoor Liese’s relatie met Simon dreigt spaak te lopen. Simon de Vere verdwijnt ten opzichte van de vorige boeken wat naar de achtergrond, maar hij blijft de connectie met het kunstverleden van Liese.
Kortom, Iris was haar naam ademt menselijkheid uit, de dialogen lijken levensecht. Tussendoor prikkelt Coppers de lezer met politieke beschouwingen, absurde taaltoestanden in Brussel, moppen met een baard en sfeerbeelden uit het Zoniënwoud. De man amuseert zich als hij schrijft. Als Toni Coppers de spanningsboog nog wat strakker zou kunnen aantrekken, hebben we spoedig een viersterrenauteur van eigen bodem.
09/05/2011
Lezersrecensie
Iris was haar naam
24/04/2012
Commissaris Liese Meerhout, de schepping van Toni Coppers, is in Iris was haar naam het lijdend voorwerp maar dat woord kan ook met e-i geschreven worden. Want vanuit haar perspectief is het volledige verhaal geschreven.
Ze komt in actie als boswachter Dirk Raes het lichaam vindt van de NAVO kolonel, René Molenveld. Het lijkt toeval als korte tijd later een tweede lichaam in hetzelfde bos wordt gevonden en ook door de boswachter. Liese gaat samen met hoofdinspecteur Sura Droste aan de slag maar het onderzoek wordt doorkruist door de plotselinge verdwijning van de 12-jarige Iris Degreef.
Alle ingrediënten lijken aanwezig voor een spannende politieroman. Maar daar ontbreekt het een beetje aan, spanning komt nauwelijks in het verhaal voor. Er wordt wel tijdens verhoren over bedreigingen gesproken maar niet echt in het verhaal meebeleeft.
Coppers besteedt meer aandacht aan de relatie van Liese en Simon. Tja, dat kan wel in een thriller maar moet niet gaan overheersen. Dus een tip voor Toni Coppers; in een volgend verhaal de schijnwerper toch meer op de misdaad richten en de spanning flink laten toenemen. Succes verzekert en dat maakt van een goed boek een heel goed boek!
Ze komt in actie als boswachter Dirk Raes het lichaam vindt van de NAVO kolonel, René Molenveld. Het lijkt toeval als korte tijd later een tweede lichaam in hetzelfde bos wordt gevonden en ook door de boswachter. Liese gaat samen met hoofdinspecteur Sura Droste aan de slag maar het onderzoek wordt doorkruist door de plotselinge verdwijning van de 12-jarige Iris Degreef.
Alle ingrediënten lijken aanwezig voor een spannende politieroman. Maar daar ontbreekt het een beetje aan, spanning komt nauwelijks in het verhaal voor. Er wordt wel tijdens verhoren over bedreigingen gesproken maar niet echt in het verhaal meebeleeft.
Coppers besteedt meer aandacht aan de relatie van Liese en Simon. Tja, dat kan wel in een thriller maar moet niet gaan overheersen. Dus een tip voor Toni Coppers; in een volgend verhaal de schijnwerper toch meer op de misdaad richten en de spanning flink laten toenemen. Succes verzekert en dat maakt van een goed boek een heel goed boek!
Iris was haar naam
11/08/2011
Leest prettig, de personage zijn goed neergezet, kon mezelf goed inleven in het verhaal, naar het einde wordt de spanning goed opgebouwd, alleen had de spanning naar het slot nog iets meer mogen worden opgevoerd tot een climax, maar verder was het verhaal wel behoorlijk goed.
Login om een recensie te schrijven. Geen login? Registreer je dan.

